Artrose van de knie

Slijtage in het kniegewricht

U wenst informatie over

Artrose van de knie ('gonartrose') is een belangrijke oorzaak van chronische, belastingsgebonden pijn en progressieve beperking in mobiliteit en stabiliteit van de knie. Dit als gevolg van de slijtage van het kraakbeen in het kniegewricht.

vraag

Wat is het

Artrose is de progressieve slijtage van het gewrichtskraakbeen. Kraakbeen zorgt voor de vlotte en gladde bewegelijkheid van het gewricht waarbij het weerstand biedt aan de compressieve krachten tijdens belasting. Wanneer er slijtage/degeneratie van dit kraakbeen optreedt, zal dit de belastbaarheid verminderen, maar ook de vlotte bewegelijkheid van het gewricht reduceren. Hierdoor zal de frictie in het gewricht toenemen. Om deze frictie te reduceren, produceert het gewricht synoviaal vocht.

Ook het bot, dat zich onder het kraakbeen bevindt, zal progressief meer belast worden. In een poging de belasting te reduceren, worden osteofyten ('papegaaibek') gevormd rondom het gewricht.

Artrose heeft verschillende oorzaken. Enerzijds kan dit het gevolg zijn van de constitutie van de patiënt (alignement/as van de benen). Anderzijds zijn de mechanische factoren (sport, zwaar werk, obesitas,…) een belangrijke factor van evolutie in degeneratie van het gewricht. Ook voorgaande traumata van de knie (kruisbandletsels, fracturen,….) alsook (systemische) inflammatoire aandoeningen/ziekten (Reumatoïde Artritis, jicht,...) kunnen lijden tot progressief kraakbeenverlies en finaal artrose.

vraag

Klachten

De klachten hebben vaak een wisselende intensiteit, en worden beïnvloed door onderliggende (anatomische) factoren (alignement, fysiologische conditie, obesitas,...) en graad van belastingsgebonden activiteiten. Ook de metereologische condities kunnen de klachten van artrose beïnvloeden.

  • Pijn thv één of meerder delen / compartimenten in de knie.
  • Een gedaalde mobiliteit en /of wandelafstand.
  • Mechanische hinder
    • moeilijk in gang komen,
    • startpijn, (start)stijfheid,...
  • Zwelling van de knie (hydrops)
vraag

Diagnose

  • Anamnese

    • Bevragen van de klachten:

      • Is er zwelling tijdens/na activiteiten?
      • Is er stijfheid na periodes van rust/'s ochtends?
      • Is er (belastingsgebonden) pijn?
      • Beperking in mobiliteit en steunname?
      • Crepitus (krakend geluid in de knie)?
  • Klinisch Onderzoek
    • In de acute fase kan het klinisch onderzoek bemoeilijkt door de pijn en zwelling, waardoor er soms noodzaak is aan een evacuerende punctie uit te voeren (bevestiging citrijnkleurig/synoviaal vocht)
    • Inspectie
      • Beperkte steunname/gebruik van krukken
      • Zwelling van de knie
      • Alignement/as van onderste lidmaat
    • Palpatie
      • Pijnlijk compartiment(en)
      • Range of Motion testing/uitsluiten crepitus
      • Grinding patella
    • Specifieke testen
      • Test van Zöhlen: nazicht kraakbeenletsels in het patellofemorale gewricht.
      • Nazicht van de ipsilaterale heup om gerefereerde pijnklachten uit te sluiten.
  • Beeldvorming
    • Standaard radiografie

      • Acute beenderige letsels uitsluiten
      • Nazicht van reeds onderliggende degeneratieve letsels/artrose.
    • Full leg staande opnames
      • Objectiveren van het alignement/as van de onderste ledematen
    • MRI
      • Zelden geïndiceerd als eerste onderzoek.
      • Enkel aan te vragen wanneer de standaard beeldvorming niet compatibel is met het klachtenpatroon en/of anamnese.
vraag

Waarom wordt er behandeld

De behandeling (zowel conservatief als operatief) heeft als finale doel om de (belastingsgebonden) pijn en zwelling van de knie maximaal te beperken. Een conservatief beleid zal als primaire behandeling worden voorgesteld in een overgroot deel van de patiënten.

Operatieve behandelingen zonder prothese streven naar een ontlasting van de zones van kraakbeenslijtage. Op die manier probeert men de functie van het knie te vrijwaren/verbeteren, verdere slijtage tegen te gaan en het onderliggende bot te ontlasten.

In gevallen waar de slijtage te uitgebreid is, zal in overleg met de patiënt besproken worden om over te gaan naar prothesechirurgie. Hierbij vervangt men deels of volledig het oppervlak van het gewricht. Hierbij poogt men de normale mobiliteit van het gewricht terug te brengen, de pijn weg te nemen en de levenskwaliteit terug te herstellen.

vraag

De behandelingskeuze is afhankelijk van

De behandeling van gonartrose is patiënt specifiek en een beslissing wordt genomen op basis van verschillende factoren zoals de (persisterende) klachten van de patiënt, de leeftijd van patiënt, het (verwachte) activiteitsniveau en de locatie/uitgebreidheid van de slijtage.

Niet-operatieve behandeling

  • Educatie van onderliggende basis gonartrose
  • Aanpassing levensstijl.
  • Relatieve rust met beperken van de uitlokkende, belastingsgebonden factoren
  • Medicatie:
    • Pijnstillers
    • Ontstekingsremmers (NSAID)
  • Kinesitherapie:
    • Tonificatie van quadriceps en hamstrings
    • Aërobe oefentherapie
    • Proprioceptieve training
  • Infiltratie in het kniegewricht
    • Corticosteroïden
    • Hyaluronzuur ('Gel')
    • PRP (Platelet Rich Plasma)
    • Vetgerelateerde stamcellen
  • Bracing
    • ontlastende brace (unloader brace) kan worden voorgeschreven om een deel van de knie te ontlasten tijdens steunname.

Operatieve behandeling

De indicatie tot verdere chirurgische stappen kan gezet worden wanneer het conservatief beleid faalt en de significante functionele hinder de dagelijkse activiteiten beperkt waarbij de levenskwaliteit sterk afneemt.

Het type ingreep is afhankelijk van de locatie van degeneratie, het activiteitsniveau van de patiënt en de leeftijd.

Volgende behandeling kunnen aangeboden worden:

  • Arthroscopisch debridement
  • Valgiserende Osteotomie (High Tibial Osteotomy, HTO)
  • Variserende Osteotomie (Distal Femoral Osteotomy, DFO)
  • Totale Knieprothese (TKP)
  • Fulkerson Osteotomie (Tuberositas Tibiae Transpositie, TTT)
  • Unicompartimentele Knieprothese (UKP)

Operatie: samengevat

Verblijf Verblijf

Artroscopie: Daghospitalisatie
HTO / DFO / TTT / UKP: 1 nacht
TKP: 2 nachten

Anesthesie Anesthesie

Algemene of rachi (epidurale) anesthesie. Ook een adductor kanaal block wordt toegepast om de initiële pijn te controleren

Duur operatie Duur operatie

Artroscopie: 30 - 45 min
HTO/DFO/TTT/UKP: 60 - 90 min
TKP: 90 - 120 min

Wondverzorging Wondverzorging

Droog aseptisch verband. Hechtingen te verwijderen na 14 dagen.
Een adhesief verband (Prineo) wordt gebruikt om de wonde te beschermen, en blijft 14 dagen ter plaatse.

Immobilisatie Immobilisatie

DFO/HTO/TTT: Partiële steunname gedurende 3 - 4 weken
Artro/UKP/TKP: steunname direct toegestaan

Kinesitherapie Kinesitherapie

Snelle start kinesitherapie in herwinnen van mobiliteit, initiële aandacht aan volledig strekken.

Artro: 3 - 4 weken
DFO/HTO/TTT: 4 - 6 maanden
UKP/TKP: 6 maanden

Thuisverpleging Thuisverpleging

Enkel noodzakelijk voor 1ste 2 weken voor wondverzorging

Prikjes in de buik Prikjes in de buik

Artroscopie: geen
HTO/DFO/TTT/UKP/TKP: 4 - 6 weken

Krukken Krukken

DFO/HTO/TTT: Partiële steunname gedurende 3 - 4 weken mits krukkengang.
Artro/UKP/TKP: steunname direct toegestaan, krukken in kader van comfort en stabiliteit

Stappen Stappen

Mits gebruik van krukken en partiële steunname zo noodzakelijk, direct toegestaan. vanaf dag 1 post-operatief.

Fietsen Fietsen

Onder begeleiding van kinesist toegestaan in de initiële revalidatie (1ste dagen) op de hometrainer

Sporten Sporten

Wordt individueel besproken post-operatief, afhankelijk van type behandeling

Autorijden Autorijden

Na 6 weken

Werkonbekwaam Werkonbekwaam

Artro: 3 - 4 weken
DFO/HTO/TTT: 3 maanden
UKP/TKP: 3 maanden

Volledig herstel Volledig herstel

Artro: 3 - 4 weken
DFO/HTO/TTT: 4 - 6 maanden
UKP/TKP: 8 - 12 maanden

Operatie: uitgebreide uitleg

vraag

Voor wie en wat wordt er gedaan

Wanneer het conservatief beleid faalde, zal een chirurgische behandeling besproken worden. Deze behandeling is patiënt-specifiek gezien elke patiënt een enigsinds uniek patroon van artrose stelt.

Verschillende behandeling zijn mogelijk, en zijn sterk afhankelijk van het type/uitgebreidheid van het letsel, de locatie, de leeftijd van de patiënt alsook de algemene situatie conditie van de knie en/of patiënt. De voornaamste behandelingen omvatten:

  • Kijkoperatie / Artroscopisch debridement:

    • Enkel bij mechanische derangement (instabiele meniscusscheur).
    • Biedt geen curatief herstel van de artrose
    • Wordt zelden gedaan gezien dit vaak niet tot het gewenste effect leidt (korte termijn winst) en soms zelfs de klachten kan doen verergeren.
  • Valgiserende osteotomie (High Tibial Osteotomy, HTO)
    • In het kader van lokale slijtage aan de mediale (binnen) zijde van de knie met een overbelasting van het mediale compartiment in jonge patiënten met geen eindstandige artrose.
    • Hierbij wordt (meestal) het onderbeen gecorrigeerd tot een recht been bij varus alignement (O-benen).
    • Op die manier wordt het slijtageproces afgeremd door de druk te verleggen van de versleten binnenzijde naar de gezonde buitenzijde
    • Vertraagt de verdere slijtage aan de mediale zijde en kan de verdere behandeling met prothese uitstellen/vermijden.
  • Variserende osteotomie (Distal Femoral Osteotomy, DFO):
    • In het kader van lokale slijtage aan de laterale (buiten) zijde van de knie met een overbelasting van het laterale compartiment in jonge patiënten met geen eindstandige artrose.
    • Op die manier wordt het slijtageproces afgeremd door de druk te verleggen van de versleten buitenzijde naar de gezonde binnenzijde.
    • Vertraagt de verdere slijtage aan de laterale zijde en kan de verdere behandeling met prothese uitstellen/vermijden
  • Fulkerson osteotomie (tuberositas tibiae transpositie, TTT)
    • Deze ingreep wordt uitgevoerd bij artrose tussen de knieschijf en het bovenbeen waarbij de knieschijf significant naar buiten spoort (en laterale slijtage heeft).
    • Dit is een correctie van de positie van de aanhechting van de kniepees aan het onderbeen zodat de knieschijf meer naar binnen wordt verplaatst en op die manier de druk aan de buitenzijde weggenomen wordt. Op die manier wordt het slijtageproces afgeremd.
    • Patiënten worden op die manier verder weggehouden van een totale knieprothese
  • Unicompartimentele knieprothese (UKP)
    • Wanneer er graad 4/eindstandige gonartrose aanwezig is ter hoogte van één compartiment.

      • voornamelijk bij slijtage aan de binnenzijde = anteromediale gonartrose
    • Intacte ligamenten zijn noodzakelijk voor een goede functie van de prothese
  • Totale knieprothese (TKP)
    • Tricompartimentele/veralgemeende graad 4 gonartrose
    • Aantasting van meerdere compartimenten of één compartiment met 1 of meerdere slecht functionerende ligamenten.
    • Te overwegen wanneer er een significante asafwijking is van het onderste lidmaat.
vraag

Wat is een patiënt-specifieke behandeling

Verschillende factoren zullen de planning in de finale behandeling beïnvloeden. De uitgebreidheid van slijtage, de onderliggende stabiliteit van de knie, eerdere behandeling,... zijn allen elementen waarmee rekening wordt gehouden bij het bespreken van een behandeling.

Het spreekt voor zich dat niet iedereen met een en dezelfde behandeling dient behandeld te worden.Op basis van onze uitgebreide ervaring proberen wij elke patiënt te oriënteren naar de beste/meest gepaste behandeling voor zijn specifieke problematiek. Hierbij hanteren wij een specifieke flow-chart om een 'patient-specific treatment' te voorzien.

vraag

Wat moet er gebeuren voor de ingreep

  • Voor de operatie dienen de noodzakelijke pre-operatieve onderzoeken alsook vragenlijsten worden ingevuld.
  • Bloedverdunners dienen gestopt te worden na overleg met de huisarts. Uitzondering hierop is Asaflow/Cardioaspirine dat doorgenomen mag worden.
  • Vergeet niet aan te geven als u allergisch bent.
  • Soms worden nog additionele onderzoeken gevraagd om het verloop van de ingreep te kunnen plannen. In het bijzonder zal voor de ingreep de as van het onderste lidmaat worden nagegaan.
  • Rookstop is primordiaal voor deze ingrepen, en moet eventueel mits ondersteuning worden geïnitieerd voor de ingreep.
vraag

Hoe verloopt de ingreep

  • De ingreep verloopt via een dagopname (Artroscopie) of 1/2 nacht hospitalisatie, afhankelijk van het type en uitgebreidheid van de behandeling.
  • De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene of rachi (epidurale) verdoving.
  • Afhankelijk van de uitgebreidheid van de behandeling krijgt u eenmalig of tot 3 maal antibiotica alsook Exacyl (Tranexaminezuur) toegediend.
  • De uitgebreidheid en locatie van de incisie wordt bepaald door de geplande ingreep.
  • Na de operatie wordt er in sommige gevallen (HTO/TTT) een gips aangelegd.
  • In het geval van een UKP of TKP, wordt het been in een geplooide positie geplaatst (dmv een driehoekskussen) na de ingreep gedurende 3 à 4 uur om residuele bloedingen in het gewricht te beperken.
vraag

Beleid tijdens de hospitalisatie

  • U zal tijdens de hospitalisatie gemobiliseerd worden door de kinesist en ergotherapeut van de afdeling. Hierbij wordt zo nodig gewezen op specifieke beperkingen afhankelijk van de voorafgaande ingreep. Dit omvat onder andere de partiële steunname en beperking naar actieve strekking bij TTT. Enkele standaard oefeningen alsook het leren mobiliseren zal worden begeleid door de kinesist
  • Postoperatieve radiografieën zullen de dag na de ingreep worden uitgevoerd.
  • Ontslag vindt enkel plaats zo de pijn onder controle is, er geen complicaties werden opgemerkt en u de revalidatie-doelstellingen heeft behaald met de kinesist.
  • In selectieve gevallen zal er post-operatief een brace of nieuwe gips worden aangemeten (HTO/DFO/TTT)
vraag

Beleid na ontslag

  • Pijnstilling alsook ijsapplicatie zijn noodzakelijk tijdens de eerste dagen post-operatief.
  • Kinesitherapie dient snel hernomen te worden om de mobiliteit en strekking te herwinnen. Ook zal de kinesist thuis u verder begeleiden in de gangrevalidatie.
  • Thromboprofylaxie ('spuitjes in de buik' tegen flebitis) dient verdergezet te worden zoals aangegeven op het voorschrift. Deze 'spuitjes in de buik' tegen flebitis worden geplaatst door uzelf of de thuisverpleging.
  • Bracing op basis van voorschrift en het postoperatief beleid is noodzakelijk bij selectieve indicaties en de duur van behandeling zal worden besproken door de chirurg.
vraag

Controle en opvolging

De eerste post-operatieve controles vinden plaats (afhankelijk van chirurg) op 2 en 6 weken of 4 weken post-op, dit om de evolutie van de wonde alsook de mobiliteit van de knie op te volgen.

Verdere controles vinden plaats in de daaropvolgende maanden, meestal met een interval van 4 tot 8 weken, vaak op basis van evolutie en type behandeling.

vraag

Revalidatie

Revalidatie vindt plaats via uw eigen kinesist. Op basis van het voorschrift dat wordt voorzien na de operatie kan deze van start gaan.

Initieel dient gewerkt te worden op herwinnen van de Range of Motion (ROM) alsook het uitvoeren van anti-inflammatoire kinesitherapie en mobilisaties.

Steunname progressief op te bouwen volgens voorschrift.

Alle oefeningen dienen binnen de pijngrenzen plaats te vinden. Pijn is een indicatie van overbelasting, en dient steeds aan de kinesist te worden gemeld om de belasting van de oefeningen aan te passen.

vraag

Eventuele complicaties

  • Infectie
  • Wondhelingsproblemen
  • Bloeding in het gewricht
  • Flebitis/Diepe Veneuze Thrombose/Longembolie
  • Vertraagde heling (Delayed union) of afwezige heling (Non-union) van de osteotomie (HTO/DFO/TTT)
  • Verlies van correctie na osteotomie (HTO/DFO/TTT)
  • Falen van fixatie (UKP/TKP)
  • Progressie van degeneratieve letsels in natieve compartimenten (HTO/DFO/TTT/UKP)
  • Prominent osteosynthesemateriaal (HTO/DFO/TTT)
vraag

Nog enkele tips

  • Pijn tijdens/na revalidatie is een teken van overbelasting/te zware oefeningen. Bespreek dit zeker met de kinesist om hier aandacht aan te besteden.
  • Aarzel niet om de dienst Orthopedie te contacten wanneer jij, je huisarts of kinesist zich zorgen maken betreffende de evolutie van het post-operatieve verloop.