Anatomische schouderprothese

>
>
>
>
>
  • Indicatie
    • Omartrose met functionele  rotator cuff en  zonder dysplasie van het glenoïd (totaal of hemi als het kraakbeen van het glenoïd intact is).

  • Preoperatieve oppuntstelling:
  • Principe van de ingreep: 
    • Toegang tot het schoudergewricht  door een subscapularis tenotomie of osteotomie van tuberculum minus.
    • Meestal een cementloze steel (standaard of resurfacing) en humeruskop in legering van metaal.
    • Glenoïd component is ofwel in gecementeerd polyethyleen  ofwel cemenloze titaniumcup met gewrichtsoppevlakte in polyethyleen.

  • Verloop van de hospitalisatie: 
  • Beleid na ontslag
    • Op het einde van de ingreep werd de subscapularis opnieuw vastgehecht. 
      • De prothese is onmiddellijk stabiel maar de osteotomie of de sutuur van de subscapularis moet zoals na een  rotatorcuff herstel gedurende 6 weken beschermd worden: geen exorotatie >30° gedurende 3 maanden
    • De informatie voor de patiënten staat ook op onze site
    • 6 weken  antalgische draagdoek. Alle mobilisaties (ook de passieve) moeten gebeuren zonder pijn.
    • Pijnstilling: Paracetamol en Tramadol of analoog. Geen NSAID’s
    • Arbeidsongeschiktheid als van toepassing: 
      • 3 maanden als bureau werk
      • 6 maanden als manueel werk
    • Afspraken op  consultatie orthopedie: na 2, 6, 12 ,26 en 52  weken
    • Kinesitherapie na ontslag: 
    • De revalidatie duurt  ten minste 3 à 6 maanden.

  • MOGELIJKE COMPLICATIES:
    • Zenuwletsels zijn uitzonderlijk
    • Thromboflebitis is uitzonderlijk,preventieve LMWH is standaard niet noodzakelijk
    • Postoperatieve infectie
      • Acuut (6w) of chronisch 
      • Bij vermoeden van infectie na prothese, start NOOIT antibiotica zonder culturen en antibiogram
    • Ruptuur van de subscapularis
    • Postoperatieve capsulitis
    • Luxaties, voornamelijk na revisie ingrepen
    • Aseptische loslating (wear) op lang termijn
 



    Terug