Anatomie en fysiopathologie

>
>
>
>
  • Statische stabilisatie door:
    • congruentie van het gewricht door bot, kraakbeen en labrum
    • het kapsel en ligamenten in het kapsel. Grote variabiliteit in elasticitiet van het kapsel (cfr hyperlaxiteit en voluntaire instabiliteit)

  • Dynamische stabiliteit door de spieren

  • Onderscheid tussen:
    • Atraumatische instabiliteit 
      • Onderliggende hyperlaxiteit (vb.  Marfan of Ehler Danlos)
      • Overbelasting bij balsport, zwemmers en toestelturnen
      • Initieel geen structureel letsel maar kan er wel toe leiden

    • Posttraumatische instabiliteit
      • Traumatisch incident met vaak reductie maneuver
      • Structureel  letsel ter hoogte van:
        • Het capsulolabraal complex (gleno├»dale of humerale zijde)
        • En  of het bot (gleno├»dale boord of indeukingsfraktuur van de humeruskop)
        • Grote rotator cuff ruptuur bijoudere mensen
      • Geassocieerde letsels
        • Een letsel (meestal axonotmese) van de nervus axillaris of plexus moet altijd uitgesloten worden
 
 














    Terug