Carpal tunnel syndroom

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Pols > Carpal tunnel syndroom >

Wat?

  • Compressie nervus medianus bij zijn passage doorheen de carpale tunnel
  • Pathologisch synovium (synovitis) van de buigpezen is de meest frequente oorzaak van idiopathisch carpal tunnel syndroom (CTS)

Anatomie

  • de carpale tunnel is een nauw kanaal op de overgang tussen onderam en hand
  • het wordt gevormd door de handwortelbeentjes dorsaal en het ligamentum carpi transversum volair
    • de inhoud bestaat uit 9 buigpezen en 1 zenuw, nl. nervus medianus
  • nervus medianus is een gemengde zenuw: 
    • sensibele vezels naar digiti I, II, III en de ulnaire helft van digitus IV
    • motorische vezels naar de thenarspiertjes (behalve m. Adductor pollicis)  en de 2 radiale lumbricaalspiertjes.

Epidemiologie

  • meest frequente perifere zenuwcompressie
  • risicofactoren zijn o.a. vrouwelijk geslacht, obesitas, zwangerschap, hypothyroïdie, rheumatoïde arthritis

Pathofysiologie

  • precipitatie CTS door
    • blootstelling aan repetitieve bewegingen of vibraties 
    • bepaalde atletische activiteiten (tennis, fietsen, werpen, ea.)
  • compressie kan ook een veroorzaakt worden door
    • trauma 
    • ruimte-innemende processen (jicht ea.)

Klinische presentatie

  • Symptomen:
    • Voosheid en tintelingen in de radiale 3-1/2 vingers
    • Nachtelijke pijn en tintelingen
    • Verlies fijne motoriciteit
    • Krachtsverlies
  • Fysiek onderzoek:
    • inspectie: let op voor thenar atrofie (enkel bij gevorderd CTS)
    • verminderde duimrotatie/oppositie met normale flexie
    • Weber test: 2-punts discriminatie test
      • Bepalen van discriminatief vermogen van elke hemi-pulpa door impressie met 2-puntsdiscriminator 
      • 5mm  of minder is een normale sensibiliteit
    • Provocatieve tests: tests die symptomen doen toenemen
      • Palley test:
        • carpal tunnel compressie test
        • Hoogste sensitiviteit van alle tests
        • Uitoefenen van lokale druk over de carpale tunnel met de beide duimen en aanhouden gedurende 30 seconden
      • Tinel test:  
        • Percuteren van nervus medianus van distaal naar proximaal over de carpale tunnel
      • Phalen test:
        • Flexie beiden polsen – handruggen tegen mekaar – en aanhouden gedurende 60 seconden

Diagnostische uitwerking

  • Anamnese en  klinisch onderzoek zijn doorgaans zeer typisch.
  • Een electromyografie (EMG) wordt systematisch uitgevoerd ter objectivering en ter bepaling van de ernst van de zenuwaantasting (Canterbury staging).
  • Echografie en Rx carpus: geïndiceerd in specifieke indicaties (trauma, recidief carpal tunnel syndroom, atypisch klachtenpatroon, etc.)

Behandeling 

  • Non-operatief
    • Wie? 
      Eerste lijnsbehandeling bij lage graad CTS
    • Vermijden uitlokkende (repititieve acitiviteiten), NSAIDs en nachtelijke rustspalk
    • Infiltratie met corticoïden (80% patiënten heeft transiënte verbetering)

  • Operatief
    • Wie? 
      Gevorderd CTS of gefaald conservatief beleid
    • Wat? 
      Chirurgische transsectie van het ligamentum carpi transversum waardoor de zenuwcompressie opgelost wordt.
    • Hoe?
      Open carpal tunnel release of endoscopische carpal tunnel release
      De gebruikte techniek is functie van de ervaring van de chirurg en specifieke patiëntgegevens (graad zenuwaantasting, voorgeschiedenis, medicatie, fracturen, ea.)

Complicaties

  • Meest voorkomend: wondproblemen en infectie 
  • Zeer zeldzaam: zenuwbeschadiging
  • recidief-ratio = 2-4%


Flowchart




    Terug