Osteoartrose

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Knie > Osteoartrose >

Anatomie: 

  • Kraakbeen opgebouwd uit kraakbeencellen (chondrocyten) en de omringende matrix.  (collageen, water en proteoglycanen). 
  • Het zorgt voor een vlotte, gladde bewegelijkheid van het gewricht waarbij het tevens weerstand biedt aan compressieve krachten.


Pathofysiologie:

  • Degeneratief kraakbeenlijden of osteoartrose heeft meerdere oorzaken. Dit kan het gevolg zijn van de constitutie van de patiënt (as van de benen), invloed van mechanische factoren (sport, zwaar werk, obesitas,…). Ook voorgaande trauma van de knie (kruisbandletsels, fracturen, ….) alsook inflammatoire ziekten (zoals bvb reuma) kunnen lijden tot kraakbeenverlies en artrose. 
  • Er zijn verscheidene gradaties van kraakbeenlijden (gaande van 0 tot 4).


Anamnese: (Figuur 2)

  • Pijn thv één of meerder compartimenten in de knie. Gedaalde mobiliteit en /of wandelafstand.
  • Mechanische hinder (startpijn, stijfheid, …)
  • Zwelling van de knie (hydrops)


Klinisch onderzoek:  

  • Drukpijn thv het aangedane compartiment. Mobiliteitsbeperking.
  • Varus of valgus-alignement van het onderste lidmaat. 
  • Wees bedacht op gerefereerde pijn (voornamelijk de heup)


Oppuntstelling: 

  • Staande röntgen opnames: Face, Profiel, Rosenberg en Axiaal
  • Weinig evidentie voor MRI. Geen noodzaak voor (artro-) CT.  
  • Bijkomend eventueel full leg en bekken opname. 
 

Behandeling: 

Conservatieve behandeling: 

  • Indicatie:
    • Steeds de eerste stap bij degeneratief lijden!
  • Therapie:
    • Patiënt-educatie, gewichtsverlies zo nodig
    • Fysiotherapie (18 maal, 2-3 maal per week) met tonificatie van quadriceps en hamstrings en aërobe oefentherapie
    • Ontlastende brace
    • Nsaid (zo geen contra-indicatie) en paracetamol
    • Infiltraties: Corticosteroïd  (korte termijn, anti-inflammatoir) of hyaluronzuur (dempend en kraakbeenvoedend effect).

Heelkundige behandeling: 

  • Indicatie:
    • Significante functionele hinder bij dagelijkse activiteiten
    • Falend conservatief beleid
    • Het type ingreep is afhankelijk van de graad van degeneratie, het activiteitsniveau van de patiënt en de leeftijd.
  • Type ingreep:
    • Artroscopisch debridement: 
      • Enkel bij mechanische derangement (instabiele meniscusscheur).
      • Biedt geen curatief herstel van de artrose

    • Valgiserende osteotomie (HTO): (Figuur 3)
      • Hierbij wordt het onderbeen gecorrigeerd bij varus alignement (O-benen).
      • Jonge en actieve mensen.
      • Bij voorkeur geen graad 4

    •  Variserende osteotomie (DFO):
      • Hierbij wordt het bovenbeen gecorrigeerd bij valgus alignment (X-benen).
      • Jonge en actieve mensen
      • Bij voorkeur geen graad 4

    • Fulkerson osteotomie (tuberositas transpositie):  (Figuur 4)
      • Dit is een anteromedialisatie van de tuberositas tibia teneinde het lateraal patellofemoraal gewrichtsoppervlak te ontlasten
      • Lateraal patellofemorale artrose
      • (Jonge en actieve mensen)
      • Bij voorkeur geen graad 4; doch mogelijkheid tot laterale facettectomie bij significante subluxatie

    • Unicompartimentele knieprothese (UKP) (Figuur 5)
      • Graad 4 gonartrose
      • Aantasting en hinder ter hoogte van één compartiment (voornamelijk bij anteromediale gonartrose)
      • Intacte ligamenten

    • Totale knieprothese (TKP) (Figuur 6)
      • Graad 4 gonartrose
      • Aantasting van meerdere compartimenten
      • Significante asafwijkingen  

Nabehandeling:

  • Osteotomie: Partiële steunname week 0-4, onmiddellijke mobilisatie
  • Prothesechirurgie: Onmiddellijke steunname en mobilisatie binnen de pijngrenzen. Eerste 2 weken krukgang te voorzien. Heparine gedurende 4 weken. 

Osteoartrose in beeld

 

Figuur 2: Anatomie

 

Figuur 3: Valgiserende osteotomie HTO

 

Figuur 4: Fulkerson osteotomie

 




Figuur 5: UKP


Figuur 6: TKP





    Terug