Meniscusletsels

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Knie > Meniscusletsels >

Anatomie: 

  • Het kniegewricht telt twee menisci. De buitenste (laterale) meniscus en de binnenste (mediale) meniscus. (figuur 1) 
  • Elke meniscus bestaat daarenboven uit een anterieure hoorn, corpus en posterieure hoorn. 
  • De meniscus functioneert als een schokdemper waarbij de krachten binnen het kniegewricht worden opgevangen en verdeeld. 
  • Daarenboven zorgt de meniscus voor een verhoogde congruentie van het gewricht waarbij de mediale zijde werkt als een pivot en de laterale zijde als het mobiele segment van de knie. 
  • Er zijn 3 zones van doorbloeding: Red-Red, Red-White en White-White. De eerste zone vormt voornamelijk de target voor meniscushechtingen gezien aldaar de doorbloeding en mogelijke genezing optimaal is. (Figuur 2)

Pathofysiologie:

  • Globaal zijn er 2 oorzaken voor meniscusletsels: traumatische en atraumatische / degeneratieve letsels. Bij deze laatset groep is er vaak geassocieerd  kraakbeenlijden. 
  • Type trauma: rotatietrauma (pivot), vanuit diepe flexie / hurken rechtkomen.
  • Atraumatische meniscusletsels zijn vaak het gevolg van verlies aan intrinsieke kwaliteit van de meniscus waarbij slechts beperkte trauma een scheur kunnen uitlokken.
  • Er bestaan verscheidene types meniscusletsels en in functie daarvan zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden.

Anamnese: 

  • Pijn ter hoogte van het aangetaste compartiment
  • Posterieure kniepijn bij posterieure hoornscheuren
  • Pijn bij rotatie, diepe flexie, startpijn 
  • Gevoel van doorzakken, zwelling (hydrops)
  • Mobiliteitsbeperking (klik, blokkage, extensiedeficiet)

Klinisch onderzoek:  

  • Drukpijn gewrichtspleet aangedane compartiment
  • Testen: McMurray, Apply
  • Exo / endo
  • Mobiliteitsbeperking (flap, bucket handle)

Oppuntstelling

  • Initieel staande standaard röntgen opnames -Face, Profiel, Rosenberg en Axiaal- ter uitsluiten van beenderige letsels (acuut trauma) of reeds degeneratief kraakbeenlijden
  • Tweede fase MRI 
  • Weinig tot geen nut (artro-) CT en echografie

Behandeling: 

  • Conservatieve behandeling: 
    • Indicatie:
      • Stabiele meniscusscheur 
      • Degeneratieve meniscusscheur
    • Therapie: 
      • Patiënten-educatie (vermijden pivot, hurken, diepe flexie,...)
      • Nsaid, relatieve rust
      • Fysiotherapie (18 maal, 2-3 maal per week) met tonificatie van quadriceps en hamstrings en aërobe oefentherapie
      • Proefinfiltratie corticosteroïd

  • Heelkundige behandeling: 
    • Indicatie: 
      • Traumatische meniscusscheur, jonge patiënt (Red-Red zone)
      • Mobiliteitsbeperking
      • Instabiele scheur met mechanische hinder 
      • Falend conservatief beleid 
    • Type ingreep: 
      • Artroscopische meniscushechting:  (figuur 3)
        • RR-zone, verticale scheuren
        • Absolute voorkeur bij jonge patiënten 
        • Absolute voorkeur bij laterale meniscusscheuren 
        • Techniek: all-inside, outside-in of inside-out suturen 
      • Artroscopische partiële meniscectomie  (figuur 4)
        • = resectie van het instabiel gedeelte
        • Bij degeneratieve scheuren 
        • Onmogelijkheid / falen meniscussutuur

Nabehandeling:

  • Meniscectomie: onmiddellijke steunname en mobilisatie binnen de pijngrenzen 
  • Meniscushechting: Partiële steunname week 0-3 met flexie tot 90°, nadien progressief belasten en mobiliseren. 

Figuur 1: Anatomie

 

Figuur 2: Zones van doorbloeding

 

Figuur 3: Meniscushechting

 

Figuur 4: Partiële meniscectomie



    Terug