Anterieure kniepijn

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Knie > Anterieure kniepijn >

Anatomie: (figuur 1)

  • Het strekapparaat is een complex gegeven dewelke wordt opgebouwd door statische (beenderige) en dynamische stabilisatoren. 
  • De beenderige stabiliteit wordt bepaald door de patella (met dikke kraakbeenlaag) en de trochlea. Deze trochlea vormt ondermeer een grote sulcus lateraal. 
  • De dynamische stabilisatoren worden opgebouwd door de quadricepsspier, de patellapees, retinacuale, gewrichtskapsel en het mediaal patellofemoraal ligament (mpfl). 
  • De as van het strekapparaat wordt bepaald door de het centrum van de groeven van de trochlea en de aanhechting van de patellapees op de tuberositas (de zogenaamde AGT meting). 
  • De krachten ter hoogte van de het patellofemorale gewricht zijn een reactieve kracht en zijn enorm. Vandaar het belang van voldoende tonificatie van het strekapparaat ter ontslasting van het gewricht. 
 

Pathofysiologie:

  • Anterieure kniepijn is een vaak (complexe) voorkomende klacht bij jonge meisjes zonder duidelijke objectieve letsels, dewelke soms ook ‘chondromalcie’ wordt genoemd. De oorzaak hiervan is nog steeds niet duidelijk gekend, doch mogelijk speelt de hormonale cyclus hierin een rol. 
  • Verder zijn er verschillende objectieve oorzaken van anterieure kniepijn dewelke dienen nagegaan te worden: 
    • kraakbeenletsels en degeneratief kraakbeenlijden 
    • (laattijdig) gevolg zijn van onderliggende patellofemorale instabiliteit 
    • Impingment van patellofemoralemediale plica
    • Hoffa fat pad impingment
    • Tendinopathie (Patellapees of QC-pees)
  • Nagaan gerefereerde pijn: heup of rug.

Anamnese: 

  • Niet bewegings-gerelatereerde pijn en movie sign (eerder chondromalacie)
  • Mechanische pijn, startpijn, pijn bij hurken of trappen op 
  • Pijn na inspanning 
  • Crepitus en hydrops
  • Voorgeschiedenis van patellofemorale instabiliteit

Klinisch onderzoek:  
  • Drukpijn thv aangedane zone 
  • Grind-test en patelloforale compressie
  • Apprehensie


Oppuntstelling: 

  • Initieel staande standaard röntgen opnames -Face, Profiel, Rosenberg, Axiaal
  • MRI of artro-CT met TAGT voor kraakbeenletsels
  • MRI of echo voor weke delen problematiek

Behandeling: 

  • Conservatieve behandeling: 
    • Indicatie:
      • Steeds de eerste keuze bij anterieure knieklachten
      • Therapie in functie van type pathologie 
    • Therapie: 
      • Patiënt-educatie: vnl bij chondromalacie !! Klachten kunnen maanden tot jaren aanhouden en terugkeren. Absoluut conservatief beleid. 
      • Nsaid, relatieve rust, eventueel noodzaak tot bracing
      • Doorgedreven sportspecifieke revalidatie 
      • Fysiotherapie (18 maal, 2-3 maal per week) met gesloten keten oefeningen en excentrische oefentherapie ter ontlasten van het patellofemorale gewricht
      • Corticosteroid infiltratie 
      • Hyaluronzuur infiltraties (vnl bij kraakbeenlijden
  • Heelkundige behandeling:
    • Indicatie:
      • Resistente conservatieve therapie
    • Type ingreep:
      • Artroscopie:
        • Relaese plica medialis
        • Debridement kraakbeenletsels
        • Resectie hoffa impingment
      • Fulkerson-osteotomie (figuur 2)
        • Bij lateraal patellofemoraal gewrichtslijden met verhoode TAGT
        • Anteromedialisatie van de tuberositas tibia

 

Nabehandeling:

  • Fulkerson-osteotomie : 
    • week 0-4: 
      • Tip-toe walking 4 weken, nadien progressieve steunname
      • Mobilisatie 0° - 90°
      • LMWH
    • Progressief sportactiviteiten te hervatten na 6 maanden 
  • Kineprotocols vindt u hier

 

 

    Figuur 1: Anatomie

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     


    Figuur 2: Fulkerson osteotomie




      Terug