Femoro-acetabulair impingement

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Heup > Femoro-acetabulair impingement >

Anatomie

Het heupgewricht is een kogelgewricht dat beweeglijk is in alle richtingen (ball and socket). Het heupgewricht is bijzonder stabiel maar laat zowel abductie/adductie, flexie/extensie en endo-/exorotatie toe.
De pan (acetabulum) is perfect congruent met de heupkop (femurkop). Beiden zijn bedekt met kraakbeen waardoor het gewricht soepel glijdt. Het gewricht is vacuüm en hiervoor zorgt het labrum als afdichtingsring. Er is een gewrichtskapsel met versmolten ligamenten die zeer stevig zijn. De heupkop heeft een grotere diameter dan de heupnek waardoor de mobiliteit maximaal wordt en de heupnek niet op de acetabulaire rand botst.




Wat is femoro-acetabulair impingement:

De offset (het verschil tussen de diameter van de nek en de heupkop) is verkleind door de aanwezigheid van een botaangroei aan de overgang kop-hals. Hierdoor botst de hals op de acetabulaire rand en veroorzaakt schade aan het labrum en het kraakbeen. Het botsen (impingen) veroorzaakt irritatie in het gewricht (synovitis). Dit is het Cam-type impingement. Anderzijds kan hetzelfde mechanisme van botsen (impingen) ontstaan door een te grote bedekking van de heupkop door de acetabulaire rand. Dan spreken we over Pincer-type impingement. Meestal gaat het over een combinatie van beide. Bij langdurig en veelzijdig botsen ontstaat onomkeerbare schade aan het heupgewricht die leidt tot slijtage (artrose). Op een gegeven moment komt de heup aan een “point of no return” en komt conservatieve behandeling te laat waardoor artrose onvermijdelijk wordt.

Animatie heup impingement
Animatie heup impingement pincer


Symptomen:
Pijn thv de lies, typisch C-sign. Uitstraling naar de bil. Typisch activiteitsgebonden pijn, pijn na sporten. Komt veel voor tijdens en na explosieve sporten en extreme bewegingen: koersfietsen, karate, ballet, dans, voetbal,…


Atypische klachten:
Gluteaalpijn, pijn in de knie en de dij, lage rugklachten. Klachten van symfysitis pubis, adductorenlast. Pijnlijke hamstrings (tuber ischiadicum; zitknobbel).


Differentiaal diagnose:

  • Acetabulaire dysplasie
  • Liesbreuk
  • Ruglijden zoals isthmolyse, listhesis…
  • Discoradiculair conflict
  • Avasculaire necrose
  • Transiente osteoporose (Osteoporosis migrans)

Beeldvorming:
Steeds eerst RX bekken face en RX heup profiel, hiermee kan de diagnose in 90% van de gevallen gesteld worden. Een lage stralingsbelasting CT bekken (low dose CT bekken) kan helpen maar is vooral handig voor de preoperatieve oppuntstelling. Arthro MRI geeft informatie over het labrum, het kraakbeen, corpora aliena, oedeem… Dit is niet het eerste onderzoek maar kan in bepaalde gevallen van belang zijn. Een botscan kan differentiëren tussen artrose en impingtement.


Behandeling:

  • Conservatief:
    Modificatie van de sportactiviteiten, NSAID, infiltratie. Uitwerken en duiden van het probleem. Kinesitherapie/fysiotherapie met vooral stabilisatie en mobilisatie.
  • Heelkunde:
    Heupartroscopie bij de meeste gevallen: verwijderen van de botaanwas (camshaving), verwijderen van de synovitis, hechten van labrale scheuren en behandelen (stabilisatie of icepick) van focale kraakbeenletsels.
    Bij uitgebreide pincerimpingement (coxa profunda of protrusio) open luxatie met herstel

Wie komt in aanmerking voor een heupartroscopie:
Sportieve patiënten (man en vrouw) die hun sport niet willen minderen. Patenten die dagdagelijks pijn hebben en waarbij conservatieve therapie niet helpt. De patient moet onder de 40 jaar zijn. Bij oudere patiënten zijn de gevolgen van het impingen meestal onomkeerbaar en is de kans op succes te klein. Dit is individueel afhankelijk. Boven de 50 jaar is er sowieso geen plaats meer voor een heupartroscopie. 

Postoperatief:
Strikt volgen revalidatieschema afhankelijk van wat juist gebeurde. De rode draad in de revalidatie is dat de patient steeds binnen de pijngrenzen moet blijven. Geen doorgedreven krachttraining, de initiele revalidatie werkt vooral op mobilisatie. Minimaal 5 tot 10 dagen stappen met 2 krukken. NSAID 10 tot 20 dagen ter preventie van myositis ossificans. DVT preventie is niet noodzakelijk gezien de patiënt mag stappen. Verwijderen van de hechtingen na 10 tot 14 dagen (consultatie Orthopedie of huisarts).

 



    Terug