Duimbasisartritis

>
>
>
Info voor zorgverstrekkers > Hand > Duimbasisartritis >

Wat?

  • Arthritis van het trapezio-metacarpale of carpo-metacarpale (CMC) gewricht


Epidemiologie

  • Zeer frequente vorm van arthritis in de hand
  • Enkel arthritis van het distaal interphalangeaal gewricht (DIP) is frequenter


Anatomie

  • Het CMC gewricht is een biconcaaf zadelgewricht
  • Het trapezium heeft een palmaire groeve voor de flexor carpi radialis (FCR) pees
  • Ligamenten (7)
    • 3 dorsale ligamenten: dikker dan de volaire ligamenten, grote cellulaire dichtheid en meeste proprioceptieve zenuwuiteinden
    • 2 volaire ligamenten: dun en histologisch aspect van gewrichtskapsel met lage cellulaire dichtheid
    • 2 ulnaire ligamenten
  • Biomechanica: bij pinching manoeuvre is de reactieve kracht uitgeoefend thv het CMC-I gewricht tot 13 maal de kracht gemeten thv de vingertoppen


Classificatie

  • Dell’s classificatie geniet onze voorkeur owv combinatie radiografische en klinische factoren:
    • Graad I
      vernauwing gewrichtsspleet met subchondrale sclerose, zonder osteophyten of subluxatie
    • Graad II
      matige osteophytose, reduceerbare metacarpale subluxatie van minder dan 1/3de van het metacarpale gewrichtsoppervlak
    • Graad III
      significante osteophytose, reduceerbare metacarpale subluxatie van meer dan 1/3de van het metacarpale gewrichtsoppervlak
    • Graad IV
      totale destructie van de gewrichtsruimte met uitgesproken osteophytose en trapezio-metacarpale ankylosis 


Klinische presentatie

  • Symptomen
    • Pijn thv de duimbasis
    • Hinder bij pinch manoeuvre en grijpen
    • Concomitant carpal tunnel syndroom tot 50%
  • Fysiek onderzoek
    • Pijn
      • Bij palpatie van het radiovolaire aspect van het CMC-I gewricht (fig)
      • Bij CMC grind test: onderzoeker blokkeert trapezium met 1 hand en supineert duim met andere hand (fig)
      • Bij weerstandstest oppositie of pinch
    • Stand en beweging
      • Shoulder sign (dorsale/radiale subluxatie)
      • Flexie/adductie contractuur thv het CMC-I gewricht
      • MCP hyperextensie (zig-zag deformiteit)
      • MCP flexiebeperking (meten oppositie en retropulsie volgens Kapandji – fig)
    • Zwelling 
    • Shoulder sign, suggestief voor subluxatie (fig)
    • Crepitatie bij circumductie

Behandeling

  • Niet-operatief
    • Symptomatische behandeling
      • NSAIDS
      • Nachtelijke rustspalk – type duimbasis orthese (fig)
      • Infiltratie met langwerkende corticoïdenpreparaten (type Depo-Medrol) (fig)
        • Techniek:
          • patiënt in ontspannen houding (zittend of liggend)
          • axiale tractie op de duim verbreedt de gewrichtsspleet en vergemakkelijkt intra-articulaire injectie 

  • Operatief
    Meest frequente behandelingsmodaliteiten:

    1. Resectie van het trapezium + LRTI (ligament reconstruction and tendon interposition)
  • Trapiëzectomie is waarschijnlijk de belangrijkste component in de behandeling en vormt wereldwijd nog steeds de gouden standaard in de behandeling van duimbasisarthritis
  • Geïndiceerd bij Graad II tot IV
  • Flexor carpi radialis (FCR) pees wordt meest frequent gebruikt voor suspensie van metacarpaal na trapeziëctomie
  • Veel gevolgde techniek: Burton-Pellegrini

2. Duimbasisprothese

  • Bolprothese
  • Minder lange follow-up dan bij trapeziëctomie, maar recente studies tonen geen verschillen in mobiliteit, pijnreductie, patiënttevredenheid en functionele beperking
  • Geïndiceerd bij Graad II tot III
  • Betere resultaten bij vrouwen dan bij mannen
  • Relatieve contraïndicaties zijn jeugdige leeftijd en arthritis in het STT gewricht (scaphoïd-trapezium-trapezoid)

Complicaties

  • Residuele pijn ter hoogte van de duimbasis 
  • Voosheid rondom het litteken is frequent
  • De Quervain tendinitis en luxatie van de prothese zijn luxaties specifiek voor de duimbasisprothese

Flowchart





    Terug