Anatomie

>
>
>
>
Het enkelgewricht bestaat uit de tibia, fibula en de talus. Deze 3 beenderen komen bijeen, deze plaats wordt het gewrichtsoppervlak genoemd. De gewrichtsoppervlakken (het uiteinde van de tibia, het uiteinde van de fibula en het corpus van de talus) zijn bedekt met kraakbeen (figuur A).  

Dit kraakbeen zorgt ervoor dat onze gewrichtsoppervlakken soepel over elkaar kunnen glijden en zorgt er ook voor dat het gewricht soepel functioneert bijvoorbeeld tijdens het stappen. Een groot deel van de afrol beweging gebeurt in het enkelgewricht. Als dit kraakbeen beschadigd wordt en verdwijnt, krijgt men een vernauwing in het gewricht en soms zelfs bot op bot contact. Dit leidt tot een pijnlijk en stijf gewricht, dan spreekt men van degeneratie en/of  arthrose van de enkel (arthrose van het tibiotalair gewricht) (figuur B).
 




    Terug