Kraakbeenletsels

>
>
>
Info voor patienten > Knie > Kraakbeenletsels >

Anatomie: 

  • Kraakbeen is opgebouwd uit gedifferentieerde kraakbeencellen (chondrocyten) en de omringende matrix (collageen, hyaluron, water en proteogycanen). (Figuur 1)
  • Het zorgt voor een vlotte, gladde beweeglijkheid van het gewricht waarbij het tevens weerstand biedt aan aan compressieve krachten. 

Pathofysiologie:

  • Men dient een onderscheid te maken tussen gelokaliseerde kraakbeenletsels (omgeven door intact kraakbeen) en degeneratieve letsels (door erosie of afslijting).Een kraakbeenletsel is niet hetzelfde als artrose. Artrose is het eindstadium van kraakbeenlijden waarbij beide articulerende oppervlaktes aangetast zijn. 
  • Kraakbeen heeft geen intrinsieke capaciteit om te genezen en schade hieraan kan de de biomechanische eigenschappen ervan aantasten en finaal leiden tot artrose. 
  • Bij kraakbeenbehandelingen dient men rekening te houden met de stabiliteit en de as van de knie in het coronale vlak. Voornamelijk letsels thv de femur komen hiervoor in aanmerking. 

Anamnese: 

  • Traumatisch (pivot, directe val, patellaluxatie, VKB ruptuur,…) of atraumatisch (startpijn, pijn bij bewegen)
  • Zwelling, crepitus, klik, gevoel van doorzakken, gedaald activiteitsniveau. 

Klinisch onderzoek:  

  • Hydrops na belasting, diepe diffuse pijn
  • Drukpijn thv het aangedane compartiment
  • Alignement van de patiënt.
  • Wees verdacht op geassocieerde (ligamentaire en meniscale) letsels

Oppuntstelling: 

  • Initieel staande standaard röntgen opnames -Face, Profiel, Rosenberg en Axiaal- ter uitsluiten van beenderige letsels (acuut trauma) of reeds degeneratief kraakbeenlijden
  • Tweede fase MRI
  • Mogelijkheid voor artro-CT, doch geen enkel nut voor CT à blanc.

Behandeling: 

  • Conservatieve behandeling: 
    • Indicatie: 
      • Voorkeursbehandeling boven de leeftijd van 40 jaar
      • Subjectief aanvaardbare klachten
    • Therapie: 
      • Nsaid, relatieve rust
      • Intra-articulaire infiltratie met corticosteroïd of hyaluronzuur
      • Fysiotherapie (18 maal, 2-3 maal per week) met tonificatie van quadriceps en hamstrings en aërobe oefentherapie
  • Heelkundige behandeling: 
    • Indicatie: 
      • Functionele hinder, jonge patiënt, geassocieerde letsels
      • Falend conservatief beleid doch bij voorkeur jonger dan 40 jaar. 
      • Het type ingreep is afhankelijk van de grootte van het letsels, het activiteitsniveau van de patiënt en diens leeftijd. 
    • Type ingreep: 
      • Artroscopisch debridement:
        • Stabiliseren van kraakbeenletsels. Eerder bij degeneratieve letsels
      • Microfractuur
        • Maken van gaatjes thv subchondrale bot waarbij beenmergcellen differentiëren tot fibrocartilago (figuur 2)
      • AMIC (Autologe matrix-induced chondrogenesis)
        • Microfractuur met augmentatie van een scaffold (figuur 3)
      • Mozaïekplastie (OAT: Osteochondrale Autograft Transfer)
        • Plaatsen van één of meerdere autologe plug(gen) kraakbeen én onderliggend bot vanuit een niet-belaste zone uit de knie. (figuur 4)
      • Kraakbeentransplantatie (MACI)
        • Eigen kraakbeen wordt gekweekt in een labo op een scaffold en in een tweede fase wordt dit geïmplementeerd in het kraakbeendefect.
          (Figuur 5)
      • 3-D Scaffolds
        • Hierbij wordt acelluair kunstkraakbeen geplaatst ter hoogte van het defect.
           

Nabehandeling:

  • Bij biologische kraakbeenbehandelingen dient vaak een periode van 4-8 weken steunverbod ingecalculeerd te worden waarbij de patiënt wel onmiddellijk dient te mobiliseren. 
 
 



    Terug