Meniscustransplantatie

>
>
>
Info voor patienten > Knie > Meniscustransplantatie >

Anatomie: 

  • Het kniegewricht telt twee menisci. De buitenste (laterale) meniscus, en de binnenste (mediale) meniscus. (figuur 1) 
  • Elke meniscus bestaat daarenboven uit een anterieure hoorn, mid-portie en posterieure hoorn. 
  • De meniscus functioneert als een schokdemper waarbij de krachten binnen het kniegewricht worden opgevangen en verdeeld. 
  • Daarenboven zorgt de meniscus voor een verhoogde congruentie van het gewricht waarbij de mediale zijde werkt als een pivot en de laterale zijde als het mobiele segment van de knie. 

Pathofysiologie:

  • Na een subtotale meniscectomie is het mogelijk dat een aantal patiënten last blijven houden ter hoogte van het compartiment alwaar de resectie gebeurde. Dit is meer het geval voor het laterale dan het mediale compartiment. 
  • Als gevolg van de afwezigheid van de meniscus worden de krachten in het kniecompartiment aanzienlijk groter waarbij er meer belast wordt op het kraakbeen zelf en het onderliggende subchondrale bot (alwaar de pijnreceptoren zich bevinden). Dit leidt vervolgens tot verder slijtage van het kraakbeen 
  • Het doel van een meniscustransplantatie is om deze krachten opnieuw op te vangen en progressieve degeneratie tegen te gaan waardoor de patiënt zijn of haar pijnklachten verbeteren en dagelijks functioneren verhoogt. (figuur 2)
  • Voorwaarden meniscustransplantatie: 
    • Jonger dan 45 jaar 
    • Neutraal alignement
    • Stabiele knie
    • Weinig tot geen kraakbeenschade

Anamnese: 

  • Status na meniscectomie met blijvende belastingsgebonden pijn.

Klinisch onderzoek:  

  • Drukpijn en gelokaliseerde pijn thv het aangedane compartiment.
  • Mogelijke hydrops.

Oppuntstelling: 

  • Initieel staande standaard röntgen opnames -Face, Profiel, Rosenberg en Axiaal- ter uitsluiten degeneratief kraakbeenlijden.
  • Full leg staande opname ter nazicht alignment patiënt.
  • MRI ter nazicht meniscectomie, kraakbeen en subchondrale bot

Behandeling: 

Meniscustransplantatie 

  • Indicatie:
    • Pijn na meniscectomie ondanks adequate conservatieve therapie (nsaid, ontlastende brace, fysiotherapie,….)
  • Type ingreep:
    • Artroscopische meniscustranplantatie:
      • Bij een meniscustransplantatie wordt een meniscus van een donor ingeplant in de knie. De grootte van deze meniscus wordt adequaat bepaald op basis van een MRI of CT preoperatief.
      • Eens de adequate greffe ter beschikking is kan de ingreep gepland worden. Hierbij worden de randen van de eigen meniscus verder gestabiliseerd en wordt via artroscopie de meniscus ingebracht.
      • De fixatie van de meniscus gebeurt door middel van meniscushechtingen alsook door fixatie van de meniscustransplant doorheen het bot (transosseuze fixatie). (Figuur 2)
    • Artroscopische implantatie van een kunstmeniscus (scaffold)
      • Indien nog voldoende meniscusrest aanwezig is
      • Een opname dient voorzien te worden van 1 tot 2 nachten

Nabehandeling:

  • Partiële steunname gedurende 4 weken, doch onmiddellijke mobilisatie is toegstaan volgens protocol. Gedurende deze periode is krukgang noodzakelijk
  • Bij het initëren van de steunname dient een ontlastende brace gedragen te worden gedurende een 2 tal maanden  
 
 
 



    Terug