Met operatie

>
>
>
>
>

Een chirurgische ingreep is nodig om het gebroken sleutelbeen te herstellen als

 

  • de breuk ingewikkeld is of als de botdelen erg verschoven zijn ten opzichte van elkaar. 
  • het om een open breuk gaat en de botdelen door de huid steken. 
  • de breuk niet vanzelf wil genezen en er pseudoartrose is ontstaan. 
  • sneller herstel nodig is. Bijvoorbeeld voor professionele sporters is dat een belangrijk argument.

Wat gebeurt er?

  • Je wordt volledig verdoofd. Daarna maakt de chirurg een sneetje boven het sleutelbeen. 
  • De breuk kan op twee manieren hersteld worden. Ofwel met een metalen plaat en schroeven, ofwel met een pin in het mergkanaal van het sleutelbeen. Het mergkanaal is de holle buis vanbinnen in het bot. 
  • Na de operatie krijg je een draagdoek om. De volgende dag mag je naar huis. 
  • Je mag je arm en schouder meteen weer bewegen, maar tot de breuk helemaal genezen is mag je geen zware gewichten tillen. Je mag ook niet tè snel herbeginnen met sporten. 
  • De ingreep laat een litteken na op een zichtbare plaats. 

Risico’s en verwikkelingen

  • Mogelijke verwikkelingen van de operatie zelf zijn: problemen met de verdoving, een infectie, een slecht helende wonde of schade aan een zenuw. Ze komen voor in 1 tot 5 procent van alle sleutelbeenoperaties. 
  • Een frozen shoulder. Dan verstijft je schouder en wordt bewegen erg pijnlijk. Dat is meestal een tijdelijk probleem, maar het kan tot zes maanden duren voor het is opgelost met kinesitherapie. Dat risico zit erin na elk soort schouderoperatie. 
  • Soms wil de breuk niet helen, maar dat gebeurt minder vaak dan na een niet-operatieve behandeling. 
  • De huid kan voos blijven op de plaats van het litteken.
  • Soms irriteert de plaat of de pin. Dan moet hij chirurgisch weer verwijderd worden. Een plaat mag er ten vroegste 2 jaar na de operatie weer uit, een pin ten vroegste na 3 maanden.



    Terug