Verwikkelingen

>
>
>
>
>
>

Elke chirurgische ingreep kan complicaties veroorzaken, ook een schouderoperatie. Gelukkig komen ze maar heel zelden voor.

  • De kans op een infectie na een schouderoperatie bedraagt ongeveer 1 procent.
  • Een trombose is een verstopping van een bloedvat in het been, door een prop gestold bloed. Ze kan ontstaan doordat je tijdens en vlak na de operatie veel stilligt in bed. Wordt zo’n trombose niet behandeld, dan kan het stolsel loskomen en een bloedvat in de longen of de hersenen verstoppen. De gevolgen daarvan kunnen heel ernstig zijn.
  • Een huidzenuw kan beschadigd worden door de insnede die nodig was om de operatie uit te voeren. De huid kan op die plaats voos gaan aanvoelen of net extra gevoelig worden. Meestal verdwijnen die klachten in de loop van de tijd of veroorzaken ze geen last meer.
  • Een diepe zenuw kan geraakt worden, waardoor hij meestal tijdelijk uitvalt. Een bepaalde spier is dan tijdelijk zwakker of werkt helemaal niet meer. Dat kan je revalidatie vertragen.
  • Pseudartrose: de botstukken groeien helemaal niet of niet goed vast, ondanks het gebruik van een plaatje of pen. De kans daarop bedraagt minder dan 5%.
  • De schouderprothese kan uit de kom schieten, net zoals een natuurlijk schoudergewricht. Net na de operatie is het risico daarop het grootst, omdat de wond en het omliggende weefsel dan nog kwetsbaar zijn. Om dit te voorkomen, legt de kinesist uit welke bewegingen je kort na de operatie moet vermijden.
 



    Terug