Operatieve behandeling: resectie van het acromioclaviculair gewricht

>
>
>
>
Info voor patienten > Schouder > Artrose van het acromioclaviculair gewricht > Operatieve behandeling: resectie van het acromioclaviculair gewricht >


  • Voor wie en wat wordt er gedaan? 
    • Alleen als de niet operatieve behandeling gefaald heeft, zal  een heelkundige behandeling voorgesteld worden..
    • Een klein stukje van het uiteinde van het sleutelbeen en het schouderdak worden weggehaald. Daardoor komt er weer meer ruimte in het gewricht en stopt de wrijving van bot op bot. Het lichaam herstelt daarna zichzelf. Het vervangt wat weggehaald is door littekenweefsel, dat een nieuwe en flexibele verbinding vormt tussen het sleutelbeen en het schouderdak. Ook de benige uitwassen worden weggeslepen.
    • Ook andere problemen kunnen tijdens de operatie opgespoord en hersteld worden.
    • Doorgaans is het een kijkoperatie of arthroscopie. De chirurg maakt enkele kleine sneetjes door de huid van je schouder. Via een van die sneetjes brengt hij of zij een arthroscoop – een kleine camera - in het gewricht. Het beeld afkomstig van de camera wordt vergroot geprojecteerd op een beeldscherm. Langs de overige sneetjes voert de chirurg de ingreep uit met speciale instrumenten.

  • Wat moet er gebeuren voor de ingreep?
    • Ga naar de opnamedienst om de administratieve zuil van uw opname te regelen
    • Neem afspraak met uw huisarts voor de preoperatieve onderzoeken en vragenlijsten. Vergeet de resultaten niet mee te nemen bij opname
    • Vergeet niet te vermelden als u allergisch bent aan medicatie, latex of ontsmettingsmiddelen
    • Bloedverdunners moeten soms gestopt worden, bepaal dit met de orthopedist of huisarts
    • De dag van de ingreep moet u nuchter zijn (niets eten of drinken)
    • Druk de vragenlijst af, vul de resultaten in en breng deze mee de dag van de ingreep

  • Hoe verloopt de ingreep?
    • Om de pijn maximaal te bestrijden gebruiken we een locoregionale en algemene anesthesie. Meer informatie over pijnbestrijding voor, tijdens en na de ingreep vindt u hier.
    • Meestal worden de patiënten pas echt wakker en goed bewust in de ontwaakkamer. 
    • De geopereerde arm bevindt zich dan in de draagdoek; Vergeet niet dat de arm dan volledig slaapt als u een locoregionale verdoving gehad hebt;
    • Eens goed wakker keert u terug naar uw kamer. 

  • Beleid tijdens de hospitalisatie.
    • Opname de dag zelf van de ingreep en hospitalisatie van 1 nacht of dagopname
    • Meestal kan u dezelfde avond al iets eten en drinken;
    • De  arm wordt meestal in het midden van de nacht wakker. Vanaf dan zal u de postoperatieve pijn gewaar worden.  U krijgt aangepaste pijnstilling, maar als dit onvoldoende is, belt u de verpleegkundigen op.
    • Dezelfde avond in dagopname of de dag na de ingreep :
      • Verpleegkundige zorgen
      • Kinesitherapie: aan-en uitdoen schouderverband, oefeningen en raad over zelfredzaamheid 
      • Bezoek orthopedist voor verdere informatie
      • Meestal kan u tegen ‘savonds of de volgende  middag naar huis, tenzij u om medische redenen langer moet blijven.

  • Beleid na ontslag: 
    • Meer informatie over pijnbestrijding voor, tijdens en na de ingreep vindt u hier.
    • De draagdoek draagt u enkel als u pijn hebt.
    • Wondverzorging
      • Voor u het ziekenhuis verlaat, worden de verbanden ververst. De verbanden moeten altijd droog en proper blijven. Meestal zijn het waterafstotende verbanden die U niet hoeft te vervangen. U mag een douche nemen maar de verbanden mogen niet weken in een bad.
      • Indien ze vuil zijn of loskomen, mag U ze vervangen door nieuwe die U vrij kan kopen bij de apotheek. Bij twijfel, raadpleeg Uw huisarts. De verbanden worden definitief verwijderd tijdens de controle consultatie twee weken na de ingreep.
      • De korstjes moeten vanzelf vallen, dit geeft de mooiste littekens. Eens de korstjes gevallen zijn, mag u de littekens met hydraterende zalf insmeren om de huid soepel te maken.
      • Let altijd op roodheid, zwelling, sijpelende wondjes, koorts en toenemende pijn. Indien één van deze tekens optreedt, neemt u best contact met uw huisarts. 

  • Controle en opvolging 
    • Raadpleging orthopedie na 2, 6 en 12 weken. Langer enkel indien nodig

  • Revalidatie
    • Oefeningen die u zelf mag doen
    • Stijfheid is een natuurlijk maar tijdelijk gevolg na een ingreep. Bij het aankleden begint u best met de betrokken arm. Bij het uitkleden begint u met de gezonde kant. Vermijd bruuske bewegingen. 
    • Aangezien er geen pees of een ander weefsel moet ingroeien  mag u de arm onmiddellijk zelf gebruiken. Doe wat u kan, maar blijf onder de pijngrens en bruuske bewegingen vermijden.
    • Het duurt meestal drie maanden voor de meeste klachten verdwenen zijn !
    • Kinesitherapie start onmiddellijk, na twee weken of na zes weken in functie van het letsel. (zoek een kinesist)

  • Verwikkelingen
    • Uitzonderlijk blijft het gewricht gevoelig, ook al werd het gewricht volledig vrijgemaakt. 
    • Een frozen shoulder. Als je de schouder té weinig beweegt, kan hij verstijven. Om dat te voorkomen, moet je die bewegingen en oefeningen doen die zijn voorgeschreven. Maar, ALTIJD onder de pijngrens blijven. 
    • Indien er ook een bicepspeesletsel behandeld werd kan vervorming van de spierbuik van de biceps optreden. Dit heeft geen effect op de functie en heeft enkel een esthetisch gevolg.
    • Infectie kan na elke ingreep maar komt ook niet frequent voor.  Denk er aan bij koorts, lokale roodheid, zwelling of abnormale pijn. Hanteer zelf een goede hygiëne van de operatiewondjes en volg de instructies voor de verzorging goed op.
    • Tromboflebitis: de vorming van een bloedklonter in de aders. Dat is zeldzaam na een schouderoperatie. Loop vooral genoeg rond, om dit te voorkomen.
    • Schade aan een bloedvat of zenuw is ook erg zeldzaam. Een zenuwprobleem komt meestal vanzelf in orde na enkele maanden.
 



    Terug