Onderzoek en diagnose

>
>
>
>
>
  • Je verhaal:
    Hoe lang heb je al pijn en last van stijfheid? Hoe is het begonnen? Wanneer doet het het meest pijn? Hoe is je gezondheid? Heb je bepaalde ziekten? Heb je vroeger ooit iets gebroken of een ongeval gehad? Welke geneesmiddelen neem je nu en heb je vroeger genomen? 

  • De dokter onderzoekt je schouder uitwendig en laat je bepaalde bewegingen met je arm uitvoeren. Je moet je arm zo hard mogelijk tegen de hand van de dokter in wegduwen. Dat is even pijnlijk, maar het moet gebeuren. Zo komt de dokter te weten hoe het gesteld is met je rotatorcuffpezen. De toestand van die pezen bepaalt mee de behandeling. Sommige dokters voeren een bepaald gestandaardiseerd lichamelijk onderzoek uit, om vast te leggen hoeveel last je hebt en hoeveel je van je schouderfunctie kwijt bent. Het resultaat daarvan is de Constant-Murleyscore. Na de behandeling wordt dit onderzoek opnieuw uitgevoerd. Door de scores met elkaar te vergelijken, kom je te weten hoeveel je vooruitgegaan bent. 

  • Beeldvormend onderzoek: 

    • Standaard Röntgen opnames maken niet alleen de toestand van het bot en het kraakbeen zichtbaar, maar ook die van de spieren en pezen van het schoudergewricht. De volgende onderzoeken zijn mogelijk: 

    • Een CT-scan. Daarvoor wordt radioactieve straling gebruikt. Het CT-toestel maakt een aantal opeenvolgende opnames, die door een computer verwerkt worden tot beelden. Meestal wordt er via een prikje ook contraststof gebruikt om een beter beeld te krijgen. (Tenzij u contrast allergie hebt)

    • Een arthro-CT-scan is een combinatie van een CT-scan met een arthrografie. Is bijvoorbeeld een pees gescheurd, dan loopt het contrast door de scheur en is op de CT-scan duidelijk zichtbaar waar de scheur juist zit. 

    • Soms gebeurt een MRI-scan of arthro-MRI-scan. Voor een MRI-opname wordt geen radioactieve straling gebruikt, maar wel een heel krachtige magneet. Een arthro-MRI-scan is een combinatie van een arthrografie met een MRI-scan.
 



    Terug