Carpal tunnel syndroom

>
>
>
Info voor patienten > Hand > Carpal tunnel syndroom >

Oorzaak
De nervus medianus verzorgt het gevoel ter hoogte van de duim, de wijsvinger, de middenvinger en de helft van de ringvinger. Ook bezenuwt hij een deel van de duimmuis-spieren.

Deze zenuw loopt doorheen een tunnel aan de palmzijde van de hand net voorbij de pols. De buigpezen van de vingers verlopen door dezelfde tunnel. Door zwelling van de buigpezen van de vingers (ouderdom/overbelasting/zwangerschap) is de beschikbare ruimte voor de zenuw verminderd en wordt deze verdrukt. Repetitieve bewegingen alsook bepaalde sportactiviteiten (tennis, werpen, fietsen, ea.) kunnen het ontstaan van het carpal tunnel syndroom in de hand werken.

Symptomen
De eerste symptomen zijn tintelingen ter hoogte van de duim, de wijsvinger, de middelvinger en de helft van de ringvinger. Deze tintelingen (paresthesiën/slapend gevoel/voosheid ) treden meestal ’s nachts of ’s morgens op en kunnen de patiënt uit de slaap doen ontwaken. Patiënten schudden vaak met de hand om deze symptomen te verminderen. Na verloop van tijd kunnen deze tintelingen overgaan in pijn. Naarmate de verdrukking langer bestaat, ontstaat er een gevoelsvermindering ter hoogte van de vingertoppen. Dit uit zich in het laten vallen van voorwerpen. Fijne handelingen zoals knopen of een speldenknop oprapen, wordt moeilijker. Ook de kracht vermindert naarmate de aandoening langer bestaat.


Onderzoek
De anamnese en het klinisch onderzoek zijn meestal zeer typisch.

Een bijkomend EMG (ElectroMyoGrafie) (naaldjesonderzoek / zeuwtesting) onderzoek wordt systematisch aangevraagd om de graad van zenuwaantasting te bepalen. 

Behandeling


Conservatief
Bij een lichte graad is er geen operatie nodig. Het vermijden van repetitieve activiteiten, het dragen van een nachtelijke rustspalk en het gebruik van anti-inflammatoire medicatie leiden tot een onderdrukken van de symptomen. Ook een infiltratie in de carpale tunnel met een cortisonenpreparaat kan soelaas brengen. Meer dan 80% van de patiënten ervaart hierna een verbetering. De duur van het effect is echter onvoorspelbaar en erg patiëntafhankelijk.

Heelkunde
Bij uitgesproken aantasting van de geleidingssnelheid van de zenuw, is een operatie aangewezen. Hierbij wordt het ligament dat het dak van de tunnel vormt, doorgenomen. Hierdoor wordt het polskanaal geopend en de zenuw vrijgelegd. Door het opheffen van de zenuwbeknelling, verdwijnen tintelingen en pijn meestal zeer snel. Het verminderd gevoel ter hoogte van de vingertoppen herstelt veel trager (tot 6 maand na de operatie) en indien de druk te lang aanwezig was, kan deze onvolledig herstellen.

Deze operatie gebeurt binnen onze dienst op 2 verschillende wijzen en meestal (behalve op verzoek van patiënt) onder locoregionale verdoving (polsblok) :

  1. De (klassieke) open Carpal Tunnel release
  2. De Endoscopische Carpal tunnel release (kijkoperatie)

De chirurg beslist welke techniek hij verkiest in functie van specifieke patiëntgegevens (graad van zenuwaantasting , medische voorgeschiedenis, medicatie, vroegere ingrepen, fracturen, etc.). 

 

Herstelperiode

Na de operatie ervaart de patiënt een lichte krachtsvermindering ter hoogte van de geopereerde hand gedurende 3 maanden (voornamelijk bij draai- en wringbewegingen).  Drukbelasting ter hoogte van de handpalm is gevoelig tijdens de eerste 4 à 6 weken na de operatie. Patiënten die op endoscopische wijze geopereerd worden, recuperen initieel wat sneller en ervaren minder drukgevoeligheid in de palm. Na 3 maanden zien we geen verschil meer tussen patiënten die op klassieke of op endoscopische wijze geopereerd werden.

Een nadeel van de endoscopische procedure is dat er uitzonderlijk (1%) door een moeilijke visualisatie van het ligament of door een anatomische variant tijdens de procedure overgeschakeld dient te worden naar een open procedure.

 

Hospitalisatie

De dag van de operatie dient de patiënt zich nuchter aan te melden in het dagziekenhuis. Dit betekent dat er vanaf middernacht niet meer gegeten, gedronken of gerookt mag worden.

De ingreep gebeurt klassiek via een dagopname. Enkele uren na de ingreep kunt u het ziekenhuis reeds verlaten. Alleenstaanden of diabetespatiënten blijven vaak 1 nacht gehospitaliseerd.

 

Na de operatie

In geval van een endoscopische procedure (ECTR of endoscopische carpal tunnel release) dient de patiënt zich de ochtend na de ingreep bij de huisarts aan te melden. Deze verricht een eerste verbandwissel en wondcontrole. Bij problemen zal hij/zij de patiënt opnieuw naar ons verwijzen.

Verbandzorgen zijn minimaal na een endoscopische ingreep. De wonde dient weliswaar droog gehouden te worden. Zolang het verband proper blijft dient dit niet vervangen te worden.

In geval van een klassieke procedure (OCTR of open carpal tunnel release) dient de patiënt zich de ochtend na de ingreep op de gipskamer van de orthopedische raadpleging aan te melden. Hier gebeurt een eerste verbandwissel en wondcontrole. Opnieuw volstaat een minimaal verband en dient de wonde proper en droog gehouden te worden zolang de hechtingen aanwezig zijn. Er wordt eveneens een afneembare gipsspalk aangemeten. Deze beschermt de pols en verhoogt het comfort van patiënt gedurende de eerste 14 dagen na de ingreep.

Stretchoefeningen worden aan de patiënt aangeleerd vòòr ontslag uit het dagziekenhuis. Deze dienen gedurende de eerste maand na de operatie regelmatig en meermaals daags verricht te worden. Ze verminderen de kans op vergroeiingen en op een recidief. De hechtingen worden na 2 weken door de huisarts verwijderd. Een controle bij de chirurg gebeurd 4 weken na de ingreep.

 

Complicaties

De meest voorkomende complicaties zijn wondproblemen en infectie. Alle mogelijke voorzorgen worden genomen om dit tot een minimum te beperken.

De kans op recidief/herval bedraagt 2 à 4%.

Een zenuwbeschadiging is een zeer uitzonderlijke complicatie.




    Terug