De golferselleboog

>
>
>
Info voor patienten > Elleboog > De golferselleboog >

Een golfelleboog of golferselleboog is een overbelastingsletsel van een pees aan de binnenkant van de elleboog. De aandoening veroorzaakt pijn en stijfheid van de elleboog en is het gevolg van chronische overbelasting. De meeste golfersellebogen genezen met rust en geneesmiddelen. Wil het echt niet beteren, dan gebeurt een kleine operatie aan de elleboog. De wetenschappelijke naam voor de aandoening is mediale epicondylitis. 

 

 

Waar zit het?

In onze arm zitten een aantal grote spieren. Dankzij die spieren kunnen we onze armen bewegen. Pezen, de uitlopers van de spieren, hechten de spier vast aan het bot.
Met eén groep spieren van de voorarm buigen we onze hand, pols en vingers. De pezen van die spieren zitten samen vast aan een botuitsteeksel op het onderuiteinde van het bovenarmbot, de mediale epicondyl.

 


Wat gebeurt er?  

De pees raakt overbelast en geïrriteerd. Daarna kunnen er microscopisch kleine scheurtjes in ontstaan. Het lichaam herstelt de scheurtjes met littekenweefsel, dat echter stugger is dan het oorspronkelijke weefsel. Daardoor wordt de pees minder sterk en duurt het langer voor ze geneest. Op de duur wordt de aandoening chronisch.
Soms is tezelfdertijd de elleboogzenuw of ulnariszenuw ingeklemd.
De golfelleboog of golferselleboog is het tweelingbroertje van de tenniselleboog. Bij de golfelleboog zijn de buigspieren aan de binnenkant van de bovenarm overbelast, bij de tenniselleboog de strekspieren aan de buitenkant van de bovenarm.

 

 

Oorzaken

Een chronische overbelasting van de pees veroorzaakt de aandoening. Dat gebeurt als je herhaaldelijk de buigspieren gebruikt om dezelfde beweging uit te voeren met je hand, pols of voorarm. Het kan om zware handenarbeid gaan zoals lasten tillen of bandwerk, maar ook om kantoorwerk zoals typen en de muis gebruiken. Of als je een sport beoefent waarbij je arm veel gebruikt.

 

 

Wie krijgt een golfelleboog?

Het is het vaakst voorkomende overbelastingsletsel van de elleboog. Lang niet alleen golfers krijgen het.
Vrouwen en mannen hebben het even vaak.
Het komt het vaakst voor bij mensen tussen 30 en 50 jaar oud.

 

 

Symptomen

  • Pijn aan de binnenkant van de elleboog. De pijn kan uitstralen naar je voorarm en hand.
  • De pijn is er tijdens de activiteit die de overbelasting veroorzaakt heeft. Je kunt het ook voelen tijdens een heel lichte belasting zoals een kopje koffie naar je mond brengen, wanneer je de arm helemaal niet gebruikt en zelfs s‘nachts.
  • Stramheid en stijfheid van de elleboog.
  • Op de duur vermindering van de kracht in je voorarm.
  • Tintelingen en voosheid in de pink en de ringvinger, als ook de ulnariszenuw ingeklemd is.

 

Diagnose en onderzoek

  • Je verhaal: waar en wanneer doet het pijn?
  • Een lichamelijk onderzoek: de dokter bevoelt je arm en laat je een paar bewegingen uitvoeren, om te ontdekken waar de pijn zit en wat hem uitlokt.
  • De dokter test de kracht van je handspieren en het gevoel in je vingers, om te onderzoeken of de ulnariszenuw ingeklemd zit.
  • Meestal een echografie van de elleboog om de diagnose te bevestigen.
  • Soms een röntgenfoto om een andere oorzaak zoals artrose aan het gewricht uit te sluiten.
  • Soms een EMG of elektromyografie. Dit onderzoek meet de elektrische activiteit in de spieren. Meestal meet men ook de geleidingssnelheid van de elektrische prikkels doorheen de zenuw. Zenuwen zijn kabels die elektrische prikkels overbrengen tussen de hersenen en de spieren. Duurt dat langer dan normaal, dan heeft de zenuw een probleem.

 

Preventie

  • Aangepast materiaal gebruiken 
  • Correcte houding
  • Correcte speelmethode (golf, waterski, badminton)
  • Rekoefeningen voor en tijdens de activiteiten
  • Ijsapplicaties na de activiteiten

 

 

Behandeling


Zonder operatie
De meeste golfellebogen genezen zonder operatie. Dat heet een conservatieve behandeling. Ze bestaat uit:

  • Rust. Vermijd tijdelijk die bewegingen die de pijn uitlokken. Ergonomische aanpassingen op het werk zijn misschien nodig.
  • Een brace kan tijdelijk helpen om de pees te ontspannen. Laat je door de verkoper goed voortonen hoe je de brace correct draagt.
  • IJs op de zere plek en niet-steroïdale ontstekingsremmers verminderen de pijn en de ontsteking. Bijvoorbeeld ibuprofen. Je neemt die geneesmiddelen een week of twee.
  • Autorevalidatie
  • Kinesitherapie. Je leert oefeningen om de spieren van je voorarm soepel en sterk te maken.
  • Een inspuiting met een geconcentreerd deel van je bloed, het PRP of plaatjesrijk plasma. Dit is een tamelijk nieuwe therapie die gebruikt maakt van je eigen bloed. Daartoe wordt eerst een kleine hoeveelheid bloed bij je afgenomen. Dat wordt daarna gecentrifugeerd om de verschillende bestanddelen van het bloed van elkaar te scheiden. Zo worden de bloedplaatjes afgezonderd van de overige bestanddelen. Deze bloedplaatjes geven bepaalde stoffen vrij. Die zogenaamde groeifactoren spelen een zeer belangrijke rol in de genezing van peesletsels en brengen in het letsel verschillende processen op gang die het herstel bespoedigen. Door de bloedplaatjes te concentreren, stijgt ook de concentratie van de groeifactoren tot achtmaal de normale concentratie in het bloed. Dat vergroot dan weer de kans dat het peesletsel geneest wanneer dat plaatjesrijk plasma bij je wordt ingespoten.
  • Een inspuiting met hyaluronzuur is een alternatief voor plaatjesrijk plasma. Dit product heeft een ontsteking remmend en voedend effect. De inspuiting wordt twee keer toegediend met een tweetal weken interval.
  • Een inspuiting met cortisone in de pees gebeurt alleen uitzonderlijk. Dit vermindert tijdelijk de pijn en de ontsteking. De eerste uren of dagen kan de pijn echter erger worden voor hij vermindert. Dan mag je extra pijnstillers nemen.


Operatie

Een operatie voor een golfelleboog gebeurt pas als de conservatieve behandeling na drie tot zes maanden niets heeft uitgehaald en je pijn blijft hebben. Dat gebeurt met een klassieke open operatie.
De operatie gebeurt onder volledige verdoving.
Tijdens de operatie verwijdert de chirurg littekenweefsel en ontstekingsweefsel van de pees en haalt de spanning van de pees af. Soms wordt ook de ulnariszenuw bevrijd uit zijn inklemming en eventueel verplaatst naar een plek waar hij niet meer in de problemen kan geraken.
Je mag dezelfde dag of de dag na de ingreep naar huis. Omdat je nog onder invloed bent van de verdoving, mag je die dag zelf niet meer autorijden. 

 

 

Herstel en revalidatie

  • Na de operatie zit de elleboog ingepakt in een zware gips. 
  • De gips wordt de dag na de ingreep verwisseld voor een synthetisch en lichtere gips op de raadpleging orthopedie.
  • Pijnstillers helpen de eerste dagen tegen de pijn van de operatie. Je krijgt een voorschrift mee naar huis.
  • Houd je geopereerde arm gedurende de eerste twee weken zoveel mogelijk hoger dan je hart. Dat helpt om de zwelling te doen afnemen.
  • Beweeg je schouder en vingers regelmatig.
  • Na twee weken ga je op controlebezoek bij de arts. Het verband wordt dan weggeknipt en de hechtingen verwijderd.
  • Autorevalidatie
  • Kinesitherapie. Je mag onmiddellijk je elleboog bewegen, maar in het begin is hij nog stram. Vooral buigen gaat moeizaam. Je leert oefeningen om de elleboog te versoepelen en daarna om de kracht in je arm terug op te bouwen.
  • Na twee weken is de beweeglijkheid van de elleboog al verbeterd. Je mag je pees weer volledig belasten na zes weken.
  • Het duurt drie tot zes maanden voor de elleboog helemaal genezen is. Hoe snel het gaat, verschilt van persoon tot persoon. Was ook je elleboogzenuw ingeklemd, dan duurt het doorgaans wat langer. Vooral de toestand van de zenuw vlak voor de ingreep bepaalt hoe volledig de zenuw herstelt en of de symptomen van de inklemming helemaal verdwijnen.

 

Resultaat

De operatie is succesvol in ongeveer 80 procent van de gevallen.
Sommige mensen hebben daarna nog last van lichte pijn en ongemak in de elleboog.
Enkele mensen hebben weinig baat gehad bij de operatie, maar dat is echt zeldzaam.

 

 

Verwikkelingen

Elke operatie heeft risico’s, ook deze. Gelukkig komen ze niet vaak voor.

 

  • Infectie. Daartegen worden antibiotica ingezet.
  • Nabloeding
  • Zenuwletsel
  • Soms een tijdelijke zwelling in de elleboog door de ophoping van extra gewrichtsvocht.
  • Voosheid in de zone rond het litteken. Kleine zenuwtakjes zijn er onvermijdelijk doorgesneden. Het gevoel herstelt zich echter geleidelijk.
  • Je grijpkracht en de kracht in je pols zijn verminderd. Dat herstelt zich langzaam in de loop van de volgende maanden.
  • Soms is het gevoel aan de binnenkant van de elleboog (tijdelijk) verminderd.



    Terug