Orthoclinic
Gistelsesteenweg 446
8200 Brugge, St. Andries
Belgium
Tel.: +32 50 30 10 70

Gewrichten

<< Terug naar het overzicht

SCHOUDER

Deze pagina bestaat uit volgende onderdelen:
Anatomie - Rotator Cuff Scheur - Instabiliteit - Schouderprothese

ANATOMIE

De schoudergordel (Figuur 1) is de verbinding tussen de romp en de arm en bestaat uit:
  • Het schoudergewricht zelf (gleno-humeraal gewricht)
  • Het schouderblad (scapula)
  • De bovenarm (humerus)
  • Het sleutelbeen (clavicula)
  • Het gewricht tussen sleutelbeen en schouderblad (AC gewricht)

Het schoudergewricht zelf is een complex gewricht dat best in 3 verschillende lagen wordt onderverdeeld :

De eerste buitenste laag, net onder de huid, wordt gevormd door een grote, sterke spier nl. de deltoid spier. Net hieronder bevindt zich een slijmbeurs ("bursa subdeltoidea of subacromialis") welke de glijding tussen weke weefsels en bot mogelijk maakt.

Dieper bevindt zich een tweede laag bestaande uit de "rotator cuff". Dit is een groep van 4 spieren welke eindigen in een manchet van pezen die de schouder roteren ( vandaar de naam "rotator cuff"). De 4 spieren zijn de supraspinatus en de subscapularis aan de voorzijde (Figuur 2a) en de infraspinatus en de teres minor aan de achterzijde (Figuur 2b).

De derde en diepste laag bestaat uit het gleno-humeraal gewricht zelf (Figuur 3), dat gevormd wordt door enerzijds de humeruskop en anderzijds het glenoïd. Dit kogelgewricht wordt enerzijds gestabiliseerd door een gewrichtkapsel met sterke gewrichtsbanden, en anderzijds een aanvullende kraakbeenachtige structuur, het labrum genoemd, welke gelijkaardige kenmerken vertoont aan de meniscus in de knie.

Figuur 1:




ROTATOR CUFF SCHEUR

Wat is een rotator cuff scheur?

Beschrijving:
De rotator cuff is een peesblad welke bestaat uit het uiteinde van 4 spieren rond de schouder. De rotator cuff zorgt ervoor dat de schouder kan bewegen en roteren. Daarenboven is de rotator cuff belangrijk voor de stabiliteit van de schouder.

Een scheur in één van de pezen wordt een rotator cuff scheur genoemd. De scheur kan gedeeltelijk (partiële diktescheur) of volledig (volledige diktescheur) zijn. Rotator cuff scheuren ontstaan ofwel na een acuut trauma (bijv. een val) of ten gevolge van chronische slijtage en veroudering van de pees. In het laatste geval is er meestal een scherp botuitsteeksel (acromiaal botspoor) aanwezig waardoor de pees geleidelijk uitrafelt (Fig. 1).

Afhankelijk van de grootte van de scheur zal een rotator cuff scheur leiden tot pijn uitstralend naar de bovenarm, welke voornamelijk optreedt bij bewegingen boven het hoofd en 's nachts bij het slapen op de aangetaste zijde. Dikwijls zal er ook een krachtsvermindering ter hoogte van de aangetaste schouder bestaan.

Operatie-techniek:
Het doel van de operatie is de afgescheurde pees terug in het bot te doen ingroeien. De rotator cuff wordt daarom ter hoogte van zijn aanhechting in het bot vastgehecht met behulp van één of meerdere metalen ankertjes welke voorzien zijn van hechtingsdraad (Fig. 2). Terzelfdertijd wordt de ontstoken slijmbeurs verwijderd (bursectomie) en wordt een eventueel botspoor weggenomen (decompressie).

Een rotator cuff herstel gebeurt via een kijkoperatie (arthroscopie) of via een open ingreep. De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene verdoving. Meestal zal er een extra plaatselijke verdoving (loco-regionaal block) van de schouder en de arm worden toegediend om de pijn onmiddellijk na de ingreep te verminderen.

Het schouderverband
De afgescheurde pees heeft 6 weken nodig om opnieuw in het bot in te groeien. Daarom zijn er gedurende 6 weken geen 'actieve' schouderbewegingen toegestaan. U mag uw schouder niet zelf opheffen en dient het aangelegde schouderverband gedurende 6 weken te dragen.

Het schouderverband bestaat uit een draagdoek en een kussen (Fig. 3). Het verband zorgt ervoor dat de herstelde pees zo weinig mogelijk spanning ondervindt tijdens de genezingsperiode. Het schouderverband dient dag en nacht gedragen te worden. Het mag verwijderd worden bij wassen en kleden, maar hierbij moet de arm steeds ondersteund worden. Dit gebeurt best met hulp van een tweede persoon.

Het schouderverband dient 6 weken gedragen te worden: 4 weken mét het kussen en 2 weken zonder het kussen.

Hoe is het verloop na de ingreep?

1. Eerste dag na de operatie:
Meestal blijft u 1 nacht in het ziekenhuis.
De verpleging zal de wondjes verzorgen en kleine, waterafstotende pleisters aanbrengen. U kan hiermee douchen.
De kinesist zal u de eerste richtlijnen geven en helpen bij het aan- en uitdoen van het schouderverband. U krijgt uitleg over het uitvoeren van 'pendeloefeningen' en hoe u pols en elleboog mag plooien en strekken. Vingers en pols dienen bewogen te worden ter bevordering van de bloedsomloop en drainage van zwelling.
Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling zijn aangewezen. U krijgt de nodige voorschriften hiervoor mee bij ontslag.

2. Eerste 2 weken:
Steeds vingers en pols bewegen ter bevordering van de bloedsomloop en drainage van de zwelling.
Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling.
Pendeloefeningen 3x daags zijn toegestaan (zoals aangeleerd door de kinesist). U mag de elleboog ook plooien en strekken. 

Geen "actieve" schouderbewegingen, dit wil zeggen dat je de schouder niet zelf beweegt.
U kan een douche nemen zonder schouderverband. U dient hierbij de wondjes te bedekken met waterafstotende pleisters en de arm naast het lichaam te laten hangen.
Een wondcontrole bij uw huisarts is aangewezen na de eerste week. De hechtingen dienen niet verwijderd te worden. De steristrips zullen spontaan loskomen.

3. Vanaf 2 weken tot 6 weken na de operatie:
Na 2 weken is een controleraadpleging voorzien bij uw arts voor verdere richtlijnen.
U mag nu starten met 'passieve' mobilisatie oefeningen onder begeleiding van een kinesist. Hierbij beweegt de kinesist uw arm naar boven, naar buiten en naar achteren. Dit is noodzakelijk om verstijving van het schoudergewricht te voorkomen.
Nog steeds zijn er geen 'actieve' bewegingen toegestaan.
Regelmatige ijsapplicaties en eventuele inname van pijnstilling is aangeraden, vooral na de oefeningen en bij pijn.
Na 4 weken mag het kussen verwijderd worden, zodat de arm nu enkel nog rust in de draagdoek.

4. Vanaf 6 weken tot 3 maanden na de operatie:
Na 6 weken is een tweede controleraadpleging voorzien bij uw arts. Vanaf nu zal het schouderverband volledig mogen worden weggelaten. De pees is terug ingegroeid in het bot.
U mag nu starten met 'actieve' bewegingen. De arm mag opnieuw gebruikt worden bij het aan- en uitkleden, wassen, eten en lichte dagelijkse activiteiten. Zware inspanningen en tillen dienen nog vermeden te worden.
De kinesist zal nog verder werken op het herwinnen van de beweeglijkheid naar boven, opzij en achteren. Geleidelijk zal ook gestart worden met lichte (isometrische) krachtoefeningen.
U kan de aangeleerde oefeningen ook thuis herhalen, gebruik makende van het oefenprogramma dat u meekreeg van uw arts.
Pendeloefeningen zijn nog steeds aangeraden bij het begin van elke oefensessie.
Regelmatige ijsapplicaties blijven aangewezen, vooral na de oefeningen en bij pijn.

5. Vanaf 3 maanden tot 6 maanden:
De laatste beweeglijkheid moet herwonnen worden met behulp van stretchingoefeningen. Dit gebeurt onder begeleiding van uw kinesist en op eigen ritme thuis volgens het oefenprogramma.
Wanneer de beweeglijkheid volledig is teruggewonnen, kan verder gewerkt worden op kracht.
Controleraadplegingen zijn voorzien na 3 en 6 maanden.
Zware belastingen boven het hoofd en bovenhandse sportbeoefening zijn verboden tot 6 maanden na de operatie.

Nuttige contacten
Uw controleraadplegingen bij uw arts worden via de verpleging gemaakt of u kan zelf contact opnemen met het secretariaat Orthopedie (050/36.53.10).
Indien er zich problemen voordoen, kan u steeds terecht via de spoedgevallendienst van het ziekenhuis (050/36.91.12) of bij uw huisarts.

Figuur1:                              Figuur2:                               
  

Figuur3:                              Figuur4:

   

INSTABILITEIT

Welke letsels veroorzaken een onstabiele schouder?

Beschrijving:
De schouder is enerzijds een zeer beweeglijk, maar tegelijk ook een onstabiel gewricht. Dit is te wijten aan het feit dat de bol (humeruskop) veel groter is dan de pan (glenoid). Ter stabilisatie van het schoudergewricht bestaan er een aantal verstevigende structuren dewelke ontwrichtingen dienen te voorkomen : het labrum (soort 'meniscus' welke de kop als een zuignap aantrekt op de pan), en de gewrichtsbanden (ligamenten) in het gewrichtskapsel.


Wanneer de schouder ontwricht na bijv. een val, scheuren dikwijls het labrum en de ligamenten vooraan los van de pan (Bankart-letsel). Daarenboven kan de humeruskop ingedeukt worden ten gevolge van de ontwrichting (Hill Sach letsel). De opgelopen letsels zorgen ervoor dat enerzijds de kans op nieuwe ontwrichtingen toeneemt (zeker bij jongere patiënten), en dat er anderzijds een onzeker gevoel en pijn kan blijven bestaan bij bewegingen boven en achter het hoofd.


Wanneer de letsels zich situeren ter hoogte van het bovenste gedeelte van het labrum en de lange bicepspees, wordt dit een SLAP letsel genoemd (Superieur Labrum Anterieur-Posterieur). SLAP letsels kunnen eveneens klachten geven van instabiliteit en pijn.

Sommige patiënten hebben van nature uit een uitgesproken los gewrichtskapsel (hyperlaxiteit) waardoor er een verhoogd risico bestaat op schouderontwrichtingen zonder de aanwezigheid van een Bankart letsel.

Operatie-techniek:
Het doel van de operatie is het gescheurde labrum terug vast te hechten en de gewrichtsbanden opnieuw aan te spannen. Dit gebeurt met behulp van bio-resorbeerbare ankertjes en hechtingsdraden. Deze ingreep gebeurt meestal via een kijkoperatie via een 3-tal kleine gaatjes in de huid. Slechts wanneer er uitgesproken botletsels bestaan, is een open ingreep nodig.


De ingreep gebeurt onder algemene narcose in combinatie met een plaatselijke verdoving van de schouder en arm (loco-regionaal block) om de pijn onmiddellijk na de ingreep minimaal te houden.

Het schouderverband
Het afgescheurde labrum en ligamenten hebben 4 weken nodig om opnieuw vast te groeien op het glenoid. Daarom dient de patiënt dag en nacht een schouderverband te dragen gedurende tenminste 4 weken. Voornamelijk rotatiebewegingen naar buiten toe zijn verboden.

Hoe is het verloop na de ingreep?

1. Eerste dag na de operatie:
Meestal blijft u 1 nacht in het ziekenhuis.
De verpleging zal de wondjes verzorgen en kleine, waterafstotende pleisters aanbrengen. U kan hiermee douchen.
De kinesist zal u de eerste richtlijnen geven en helpen bij het aan- en uitdoen van het schouderverband. U krijgt uitleg over het uitvoeren van 'pendeloefeningen' en hoe u pols en elleboog mag plooien en strekken. Vingers en pols dienen bewogen te worden ter bevordering van de bloedsomloop en drainage van zwelling.
Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling zijn aangewezen. U krijgt de nodige voorschriften hiervoor mee bij ontslag.

2. Eerste 4 weken:
Steeds vingers en pols bewegen ter bevordering van de bloedsomloop en drainage van de zwelling.
Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling.
Pendeloefeningen 3x daags zijn toegestaan (zoals aangeleerd door de kinesist). U mag de elleboog ook plooien en strekken.

U kan een douche nemen zonder schouderverband. U dient hierbij de wondjes te bedekken met waterafstotende pleisters en de arm naast het lichaam te laten hangen.
Een wondcontrole bij uw huisarts is aangewezen na de eerste week. De hechtingen dienen niet verwijderd te worden. De steristrips zullen spontaan loskomen.
Na 2 weken is een controleraadpleging voorzien bij uw chirurg voor verdere richtlijnen.

3. Vanaf 4 weken na de operatie:
U mag nu starten met mobilisatie oefeningen onder begeleiding van een kinesist. Hierbij mobiliseert de kinesist uw arm voornamelijk naar voren (elevatie) tot op schouderhoogte.
Rotaties naar buiten (exorotatie) zijn nog niet toegelaten tot 6 weken na de operatie.
Regelmatige ijsapplicaties en eventuele inname van pijnstilling is aangeraden, vooral na de oefeningen en bij pijn.
Na 4 weken mag het verband binnenhuis regelmatig uitgelaten worden. Tijdens de nacht en bij activiteiten buitenhuis dient het verband nog verder gedragen te worden tot 6 weken na de ingreep.

4. Vanaf 6 weken tot 3 maanden na de operatie:
Na 6 weken is een tweede controleraadpleging voorzien bij uw chirurg. Vanaf nu zal het schouderverband volledig mogen worden weggelaten.
De kinesist zal nog verder werken op het herwinnen van de beweeglijkheid en er kan meer aangedrongen worden op rotaties naar buiten. Geleidelijk zal ook gestart worden met lichte (isometrische) krachtoefeningen.
U kan de aangeleerde oefeningen ook thuis herhalen, gebruik makende van het oefenprogramma dat u meekreeg van uw arts.
Pendeloefeningen zijn nog steeds aangeraden bij het begin van elke oefensessie.
Regelmatige ijsapplicaties blijven aangewezen, vooral na de oefeningen en bij pijn.

5. Vanaf 3 maanden tot 6 maanden:
De laatste beweeglijkheid moet herwonnen worden met behulp van stretchingoefeningen. Dit gebeurt onder begeleiding van uw kinesist en op eigen ritme thuis volgens het oefenprogramma.
Wanneer de beweeglijkheid volledig is teruggewonnen, kan verder gewerkt worden op kracht. Bovendien zal de kinesist werken op het herwinnen van een stabiel gevoel (proprioceptie)
Controleraadplegingen zijn voorzien na 3 en 6 maanden.
Zware belastingen boven het hoofd en bovenhandse sportbeoefening zijn verboden tot 6 maanden na de operatie.

Nuttige contacten
Uw controleraadplegingen bij uw arts worden via de verpleging gemaakt of u kan zelf contact opnemen met het secretariaat Orthopedie (050/36.53.10).
Indien er zich dringende problemen voordoen, kan u steeds terecht via de spoedgevallendienst van het ziekenhuis (050/36.91.12) of bij uw huisarts.
Verdere nuttige informatie over schouderaandoeningen vindt u op www.flesss.be

        


SCHOUDERPROTHESE

Wat is arthrose ?

  • Arthrose van de schouder is een slijtage van het gewrichtskraakbeen met vernauwing van de gewrichtsspleet tot gevolg. Arthrose van het schoudergewricht kan optreden na langdurige overbelasting en ouderdom, na vroeger doorgemaakte breuken of ontwrichtingen, ten gevolge van rheumatische aandoeningen en na een lang bestaande peesscheur (rotator cuff).
  • De kraakbeenbedekking verdwijnt volledig ter hoogte van de kop (humeruskop) en de pan (glenoïd), wat de normale glijdingscapaciteit van het gewricht fel verstoord (Fig.1). Dit veroorzaakt mechanische pijnklachten en een verminderde beweeglijkheid.

Operatietechniek

  • Niet-operatieve behandeling van arthrose van de schouder bestaat uit relatieve rust, inname van pijnmedicatie, eventueel enkele infiltraties en kinesitherapie om verstijving van het schoudergewricht tegen te gaan.

  • Wanneer al deze maatregelen onvoldoende helpen en de klachten het dagelijks normaal functioneren ernstig beperken, is de enige definitieve oplossing het vervangen van het beschadigde kraakbeen door middel van een schouderprothese. Meestal wordt het kraakbeen van zowel de kop als de pan hierbij vervangen, respectievelijk met een kop en steel van cobalt-chroom en / of titanium en een pan van polyethyleen (plastic). Dit is vergelijkbaar met de materialen welke gebruikt worden bij knie -en heupprothesen (Fig. 2). Dankzij deze nieuwe bedekking kan normale glijding in het gewricht opnieuw plaatsvinden. Alle andere structuren rondom het schoudergwricht zoals de pezen en spieren (rotator cuff en deltoïd) en een gedeelte van de gewrichtsbanden blijven bewaard en zijn van groot belang voor de uiteindelijke functie van het nieuwe gewricht na de operatie.

 

  • Wanneer de arthrose minder uitgebreid is en zich nog beperkt tot de kop alleen, volstaat een nieuwe bedekking van enkel het kraakbeenderig gedeelte van de humeruskop ("resurfacing", Fig. 3). De bestaande humeruskop wordt dus als het ware overdekt met een metalen bedekking, welke opnieuw een goede glijfunctie van het schoudergewricht verzekert.

 

  • Wanneer het gaat om een arthrose van het schoudergewricht tengevolge van een lang bestaande peesscheur (rotator cuff), wordt een specifiek type prothese gebruikt, nl. de omgekeerde schouderprothese of "delta"prothese. Hierbij wordt een bol ter hoogte van de pan (glenoïd) en een steel met kom ter hoogte van de kop (humerus) geplaatst. Met deze prothese zal, naast pijnverlichting, het schoudergewricht opnieuw aan mobiliteit en kracht winnen, zelfs in afwezigheid van de normale peesstructuren (Fig. 4).

De voorbereiding, de ingreep en het schouderverband

Er wordt eerst ter algemene oppuntstelling via de huisarts of eventueel een specialist een pre-operatief onderzoek uitgevoerd (medische voorgeschiedenis, hart -en bloedvaten, longen, bloedname, etc.). Hiervoor krijgt u op de raadpleging de nodige documenten mee van uw arts.

De operatie zelf gebeurt onder algemene verdoving. Er wordt terzelfdertijd een plaatselijke verdoving van de schouder en de arm toegediend via een pijnpomp (scalenusblock). Deze blijft enkele dagen ter plaatse zodat u de eerste dagen zelf de pijnstilling kan doseren en alzo de pijn minimaal kan gehouden worden. Alle hechtingen zijn resorbeerbaar en zitten binnenin de huid, zodat deze nadien niet meer hoeven verwijderd te worden.

Na de ingreep wordt een schouderverband aangelegd dat voornamelijk dient ter comfort van de patïent (Fig. 5). Vanaf enkele dagen na de ingreep zal dit echter progressief mogen uitgelaten worden. Gedurende de eerste 4 weken is het wel aangeraden dit verband verder te dragen bij activiteiten buitenhuis en tijdens de nacht.


HOE IS HET VERLOOP NA DE INGREEP ?

1. Eerste week na de operatie :

U blijft meestal een weekje in het ziekenhuis. Hier wordt dan onmiddellijk gestart met de revalidatie.

De verpleging zal de wonde dagelijks verzorgen. Eventuele buisjes welke het bloed moeten afvoeren, worden de eerste dag verwijderd.

De kinesist zal u de eerste richtlijnen geven en helpen bij het aan -en uitdoen van het schouderverband. U krijgt uitleg over het uitvoeren van 'pendeloefeningen' en hoe u pols en elleboog mag plooien en strekken. Vingers en pols dienen bewogen te worden ter bevordering van de bloedsomloop en drainage van zwelling. (Fig.5)

Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling zijn aangewezen.

Vanaf de 2de dag wordt er gestart met oefeningen onder begeleiding van de kinesist. Dit zijn zowel "passieve mobilisaties" als "actief geassisteerde oefeningen" (de goede arm helpt de geopereerde arm te bewegen).

2. Vanaf 1 week tot 6 weken na de operatie:

Na 3 weken is een controleraadpleging voorzien bij uw arts voor verdere richtlijnen. U laat best na 2 weken een controle uitvoeren bij de huisarts. De wonde kan dan worden verzorgd en de knoopjes van de hechtingen mogen dan afgeknipt worden.

Regelmatige ijsapplicaties en inname van pijnstilling zijn verder aangewezen. Inspuitingen ter bloedverdunning dienen verder toegediend te worden tot tenminste 4 weken na de operatie. U krijgt de nodige voorschriften hiervoor mee bij ontslag.

U zet de oefentherapie dagelijks verder onder begeleiding van een kinesist. Dit is noodzakelijk om verstijving van het schoudergewricht te voorkomen. Een specifiek voorschrift wordt hiervoor meegegeven.

De oefeningen zijn voornamelijk passieve en "actief geassisteerde" mobilisaties. Rotaties naar buiten toe (exorotatie) zijn meestal beperkt toegelaten gedurende de eerste 4 tot 6 weken.

Het schouderverband dient vanaf 4 weken na de ingreep enkel nog 's nachts en tijdens activiteiten buitenhuis gedragen te worden.

3. Vanaf 6 weken tot 3 maanden na de operatie:

Na 6 weken is een tweede controleraadpleging voorzien bij uw arts tesamen met een controle radiografie. Vanaf nu zal het schouderverband volledig mogen worden weggelaten.

U mag nu ook starten met 'actieve' bewegingen. De arm mag opnieuw gebruikt worden bij het aan -en uitkleden, wassen, eten en lichte dagelijkse activiteiten. U kan vanaf nu ook weer met de wagen rijden. Zware inspanningen en tillen dienen nog vermeden te worden.

De kinesist zal nog verder werken op het herwinnen van de beweeglijkheid naar boven, opzij en achteren. Geleidelijk zal ook gestart worden met lichte (isometrische) krachtoefeningen.

U kan de aangeleerde oefeningen ook thuis herhalen, gebruik makende van het oefenprogramma dat u meekreeg van uw arts.

Pendeloefeningen zijn nog steeds aangeraden bij het begin van elke oefensessie.

Regelmatige ijsapplicaties blijven aangewezen, vooral na de oefeningen en bij pijn.

4. Vanaf 3 maanden tot 6 maanden :

De laatste beweeglijkheid moet herwonnen worden met behulp van stretchingoefeningen. Dit gebeurt onder begeleiding van uw kinesist en op eigen ritme thuis volgens het oefenprogramma.

Wanneer de beweeglijkheid volledig is teruggewonnen, kan verder gewerkt worden op kracht.

Controleraadplegingen zijn voorzien na 3 en 6 maanden.

Zware belastingen boven het hoofd en bovenhandse sportbeoefening zijn verboden tot 6 maanden na de operatie.

NUTTIGE CONTACTEN

Uw controleraadplegingen bij uw arts worden via de verpleging gemaakt of u kan zelf contact opnemen met het secretariaat Orthopedie (050/36.53.10).

Indien er zich dringende problemen voordoen, kan u steeds terecht via de spoedgevallendienst van het ziekenhuis (050/36.91.12) of bij uw huisarts.

Verdere nuttige informatie over schouderaandoeningen vindt u op www.flesss.be

Figuur1:                                           Figuur2:
 

Figuur3:                                                           Figuur4:
    

Figuur5: